IederVoorZich300Dit Pamflet voor de Nacht van de Theologie 2014 bestaat uit een kort vooraf en vier hoofdstukjes. Het geheel beslaat niet meer dan 62 pagina's. In het Vooraf neemt Sterk afstand van een overheid die 'de participatiesamenleving' slechts gebruikt om bezuinigingen te legitimeren of om burgers eigenlijk in overheidsdienst te nemen door hen haar taken te laten uitvoeren. (9). 

Volgens Sterk heeft het woord 'participatiesamenleving' geen technocratische maar een ethische invulling nodig, een die recht doet aan ieders individualiteit en kwetsbaarheid. Een vorm van spontane toewijding aan de ander. Theologen kunnen hieraan, aldus Sterk, een bijdrage leveren door middel van hun vragen en verhalen.

Naar een partcipatiesamenleving

In het eerste hoofdstuk, getiteld 'van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving' schetst Sterk de historische ontwikkeling die Nederland, van verzorgingsstaat via marktwerking en privatisering naar de huidige participatiesamenleving heeft doorgemaakt. Hoewel de discussie over meedoen in de samenleving aanvankelijk vooral gericht was op allochtonen is deze verbreed tot alle burgers die een beroep doen op de collectieve regelingen, onder wie bijvoorbeeld werklozen, jongeren met een beperking en mensen in de bijstand. Deze benaderingswijze is onder invloed van de economische crisis steeds centraler komen te staan. Waren voordien vooral het te grote beroep op de sociale voorzieningen reden tot het afbouwen van de verzorgingsstaat, nu wordt daar het overheidstekort aan toegevoegd.

Volgens Sterk is solidariteit met anderen, allereerst familie, vrienden en bekenden, essentieel in een participatiesamenleving. Aan de hand van een aantal voorbeelden schetst zij het belang van solidariteit als uitgangspunt. Om echter uit te kunnen groeien tot een participatiesamenleving benadrukt Sterk dat de overheid eerst het vermogen van mensen om zichzelf te organiseren moet versterken. Er is tijd nodig om nieuwe initiatieven in de publieke sfeer te laten ontstaan voordat de overheid taken los kan laten. Zij noemt het dan ook onverstandig om onder druk van de bezuinigingen de participatie te bevorderen en de verzorgingsstaat in hoog tempo af te bouwen. Daardoor ontstaan leemtes. Het ontwikkelen van een realistische maatschappij- en mensvisie kan ervoor behoeden dat een overspannen maakbaarheidsdenken de overhand krijgt. Hiertoe is het nodig de relationaliteit van ieder mens voluit te waarderen en aan te moedigen maar tegelijkertijd te beseffen dat ieder zijn beperkingen heeft. Dat voorkomt overspannen verwachtingen en bestuurlijke en politieke hoogmoed, aldus Sterk.

Maakbaarheid en kwetsbaarheid

In het tweede hoofdstuk gaat Sterk in op de maakbaarheid als fictie en de menselijke kwetsbaarheid als realiteit. De mens heeft zijn maakbaarheid niet in de hand en juist dat zorgt ervoor dat we kwetsbaar zijn. Ook de vraag of alles wat maakbaar is ook goed is komt daarbij om de hoek kijken. In plaats van overkoepelende zingevingssystemen is de mens onttoverd van religieuze en mythische wezens in biologische wezens. Als gevolg daarvan lijken ook onze persoonlijke identiteit, de verantwoordelijkheid die we dragen voor beslissingen en onze persoonlijke moraal ter discussie te staan. 'Wat kunnen we van elkaar en onszelf verwachten als we gereduceerd worden tot een verzameling biologische en neurologische processen?', zo stelt Sterk zich de vraag. De onttovering van de wereld, leidt er samen met de economisering van de wereld toe dat we ons geloof stellen in de wetenschap en in de zogenaamde 'harde cijfers'. Het maakt verschil wanneer wij onszelf en de wereld niet als een gegeven beschouwen, maar als iets wat ons is gegeven. Dat inzicht behoedt voor de waan van de maakbaarheid en maakt ons gevoelig voor de kwetsbaarheid van het leven, van onszelf en van anderen. Het is precies deze kwetsbaarheid die ons bewust maakt van het feit dat wij veel dieper en fundamenteler met elkaar verbonden zijn dan we normaal gesproken denken.

Sterk pleit dan ook voor een omslag: van geloof in maakbaarheid naar voluit erkennen van kwetsbaarheid, op alle niveaus (35). Juist deze erkenning opent volgens haar de deur naar participatie, naar het helpen van elkaar. Het toelaten van de eigen kwetsbaarheid opent een ander perspectief op het eigen leven. In het delen van onze kwetsbaarheid met anderen ontsluiten zich gedeelde ervaringen en onderliggende waarden en uitwegen. Levensbeschouwelijke tradities beschikken daarbij over een oneindige bron van verhalen, waarin aan kwetsbaarheid taal en vorm gegeven wordt. Dergelijke verhalen reiken oude en nieuwe manieren aan om met kwetsbaarheid om te gaan en er tegen in het geweer te komen. Het openstaan voor kwetsbaarheid vergt zowel van de overheid als van de burger een andere instelling. Van de kant van de overheid zullen de onderlinge relaties tussen mensen niet allereerst in economische termen gedefinieerd dienten te worden, terwijl van de kant van de burger de overspannen verwachtingen richting de overheid om een bijstelling vragen.

Individualiteit als schakel tussen gemeenschap en participatie

In het derde hoofdstuk gaat Sterk vervolgens in op individualiteit als schakel tussen gemeenschap en participatie. Omdat de samenleving complex is en uiteengevallen is in deelterreien, met elk een eigen moraliteit, is het nodig als individu steeds over de vaardigheid te beschikken om je hiertussen te bewegen en je ertoe te verhouden. Aan de hand van Buber, Levinas en Knud L√łgstrup schetst Sterk het belang van de echte ontmoeting. De ontmoeting waarbij de ander niet slechts het middel is om mijn doel te bereiken. Omdat we de wereld met elkaar delen ligt ons lot in elkaars handen. Sterk vindt dit een mooi uitgangspunt voor de participatiesamenleving. Zorg voor de ander is in deze opvatting geen gebod of plicht, maar spontane toewijding aan de ander ofwel het belangeloze zoeken naar het goede voor de ander. Dit is een verwachting die berust op het fundamentele relationele karakter van ons mens-zijn, aldus Sterk. Om echter te voorkomen dat dit een veeleisend en voor anderen juist goedkoop of zweverig verhaal wordt staat Sterk nog stil bij het thema 'welbegrepen eigenbelang' dat een krachtige motor kan zijn voor meedoen, participeren en burgerschap. Wanneer we ons eigenbelang op de juiste manier begrijpen draagt ook het nastreven van het eigenbelang bij aan het realiseren van een participatiesamenleving. In een samenleving kunnen immers niet al je wensen in vervulling gaan, maar wanneer je zelf rekening houdt met anderen, zullen anderen ook met jou rekening houden. Sterk vraagt zich echter af of zo'n praktisch ethisch reveil bijdraagt aan participatie. Welbegrepen eigenbelang is volgens Sterk dan ook uiteindelijk niet voldoende voor een gezonde samenleving. Belangen zijn vaak nauwelijks zichtbaar, nauwelijks gearticuleerd.

De rol van de theoloog/religiewetenschapper

In het laatste hoofdstuk gaat Sterk in op de profetische rol van theologen en religiewetenschappers als een kritische figuren die de vinger leggen op zere plekken in de samenleving. Ten aanzien van tal van thema's heeft de theoloog/religiewetenschapper in dit kader een relevante rol te vervullen, aldus Sterk. Maar niet alleen als profeet, ook als inspirator, verhalenverteller, dromer en bouwer heeft hij iets bij te dragen aan actuele thema's. Sterk is er dan ook van overtuigd dat theologen/religiewetenschappers echt de wereld in moeten om mee te bouwen aan de samenleving.

Mirjan Sterk, Ieder voor zich en God voor ons allen? Pleidooi voor participatie verscheen in 2014 bij Uitgeverij Ten Have