DitKanNietWaarZijn300Het zal u waarschijnlijk niet ontgaan zijn dat onlangs het nieuwe boek van Joris Luyendijk Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers verscheen. In de media is er veel aandacht voor en Joris Luyendijk zelf was al te gast in Boeken (VPRO, 25 februari 2015) en bij Tegenlicht (VPRO, 1 maart 2015).

Luyendijk schreef, op verzoek van The Guardian, de afgelopen jaren een bankersblog over de City, het financiële centrum van Europa in Londen. Hij sprak daarvoor, ondanks een Code of Silence, met ruim tweehonderd mensen die werkten, of voor kort werkten, in de City. Dit boek vormt een neerslag van zijn belangrijkste inzichten.

Om de lezer (en zichzelf) grip op de materie te geven maakt Luyendijk gebruik van een 'leercurve' van verhalen. Ieder interview leidde tot nieuwe vragen. Deze opeenvolgende reeks van vragen voert de lezer stapsgewijs mee naar de kern van de zaak. Staat hierbij in het eerste deel van het boek geheel 'Planet Finance' nog centraal (Wat is het probleem?), in het tweede deel wordt ingezoomd op de zakenbankiers en zakendivisies bij megabanken met de perverse prikkels die de ontsporing van 2008 mogelijk hebben gemaakt (Het probleem). Deel drie zoekt aan de hand van een typologie van zakenbankiers naar het type bankier dat zozeer door het systeem verziekt is geraakt dat het dit systeem koste wat kost in stand wenst te houden en zo regelrecht aanstuurt op een volgende crash (Gaan zij het oplossen?). Deel 4 uiteindelijk legt de vraag hoe dit probleem op te lossen midden in de democratische samenleving, bij de kiesgerechtigde burgers (Gaan wij het oplossen?).

Ongetwijfeld zullen er nog vele optredens van Luyendijk volgen, want wat hij te vertellen heeft spreekt tot de verbeelding.

Verontrustend

De crash van 2008 was in feite 'slechts' een 'bijna-crash', die werd afgewend met veel geld en geluk. De echte ramp is voorkomen. Deze zou bestaan uit een wereldwijde implosie van het financiële BijnaCrash1systeem waardoor niemand meer geld kan pinnen en supermarkten, apotheken en benzinestations niet meer worden bevoorraad. Een dergelijke ramp zou de ontwrichting van de samenleving tot gevolg hebben. In 2008 waren we daarvan, volgens Herman van Rompuy (voormalig voorzitter van de Europese Raad), slechts enkele millimeters verwijderd.

Het verontrustende van dit boek is dat Luyendijk concludeert dat er na 2008 nagenoeg niets ondernomen is om de risico's op zo'n crash te verkleinen. Sterker nog, er is niemand die de verantwoordelijkheid voor dit systeem naar zich toehaalt en iets aan de uitwassen doet. Er bestaat geen strak geleide piramide met bovenin het opperbevel, aldus Luyendijk. De financiële wereld ziet eruit als een eilandenrijk in de mist, bevolkt door huurlingen (p. 114). Met dit boek wil Luyendijk zoveel mogelijk mensen wakker schudden en probeert hij de kloof te dichten tussen belang en belangstelling.

"Insiders weten nu dat outsiders alles pikken"

Niets doen is volgens Luyendijk geen optie. Daarom voegt hij met zijn boek de daad bij het woord. Want wat niet helpt is met zijn allen blijven roepen dat het om een karaktertrek (hebzucht) van Systeemindividuele bankiers gaat. Het financiële systeem zelf is het probleem. Maar de verandering van dat systeem zal niet van binnenuit komen. "Na 2008 weten insiders immers dat outsiders alles pikken, zonder in opstand te komen" (Luyendijk, Tegenlicht, 1 maart 2015)

Ook van de huidige politici verwacht Luyendijk de noodzakelijke omwenteling niet. Voor wie binnen de lijntjes blijft die de financiële sector trekt, liggen er immers campagnedonaties, lucratieve 'spreekbeurten' en tweede carrières te wachten. En dat is niet alleen een kwaal van Nederland. 'In het hele Westen is de politiek steeds minder een rem op de macht van de financiële sector, en steeds meer een springplank voor individuen richting die sector' (p. 191).

Planet Finance

Niet direct duidelijk uit de structuur van het boek is het feit dat Luyendijk gaandeweg zijn zoektocht naar wat hij 'Planet Finance' noemt steeds verder inzoomt op een deelaspect daarvan, namelijk het type zakenbankier dat volgens hem verantwoordelijk is voor de bijna-crash van 2008.

'Verzekeraars, vermogensbeheerders en de banken domineren Planet Finance en om ze heen liggen eilanden: accountants die de boeken van bedrijven en instellingen controleren, en kredietbeoordelaars die de financiële gezondheid van landen, bedrijven en financiële producten een cijfer geven (...). Verder consultants, financieel advocaten, headhunters (...), IT-bedrijven en andere dienstverleners (...). Uitzoomend zien we ten slotte de Centrale Bank en de Toezichthouder om Planet Finance heen cirkelen, als satellieten die proberen op grote afstand de boel in de gaten te houden.' (p. 38)

NiksDe zakenbanken en zakendivisies van megabanken, die verantwoordelijk zijn voor de bijna-crash van 2008, vormen slechts een klein onderdeel van de banken (Bancaire Sector). En hoewel vrijwel overal in deze Planet Finance mensen zitten die bij de gebeurtenissen van de bijna-crash betrokken waren, had de overweldigende meerderheid er niets mee te maken.

Perverse prikkels

Luyendijk brengt aan de hand van de leercurve een aantal verklaringen voor de bijna-crash van 2008 aan de oppervlakte. Ze vormen een samenhang van perverse prikkels die een eigen logica in stand houden (systeem) maar voor buitenstaanders rieken naar hebzucht. Deze prikkels zijn samen te vatten met de volgende zes termen 'Other People's Money', 'Zero Job Security', 'Caveat Emptor', 'complexiteit', 'bonuscultuur' en 'kredietbeoordelaars en accountants'.

Met betrekking tot 'Other People's Money' (OPM) beschrijft Luyendijk hoe zakenbankiers van oudsher in kleine partnerschappen werkten, waarbij het management grotendeels samenviel met de eigenaren. De partners binnen deze verbanden waren hoofdelijk aansprakelijk en verdienden bij winst een mooie bonus. Wanneer het misging merkten ze dit echter zelf direct in de portemonnee, als malus. Vanaf de jaren tachtig kwam het risico echter, vanwege de beursgang van deze partnerschappen, bij de aandeelhouders te liggen. Doordat deze banken te groot werden om om te vallen (too big to fail) deelt inmiddels ook de belastingbetaler in de risico's die deze banken nemen.

'Zero Job Security' zorgt er verder voor dat je als medewerker van Planet Finance binnen vijf minuten je baan kwijt kunt zijn wanneer je niet voldoende presteert (meritocratie). Er geldt geen enkele ontslagbescherming. De verhalen die Luyendijk in dit kader optekent zijn schrijnend. Het gehanteerde hire&fire-systeem zorgt ervoor dat teamleden niet alleen collega's van elkaar zijn, maar vooral elkaars concurrenten. In zo'n klimaat van 'ieder voor zich' is de makkelijkste manier om beter te presteren dan anderen het nemen van meer risico's. Het nemen van deze risico's verklaren buitenstaanders als hebzucht, zo beschrijft één van de geïnterviewden, maar er is vooral sprake van machtspolitiek, conformisme en angst om je baan kwijt te raken.

Met 'Caveat Emptor' ('Koper, weet wat je koopt!') wordt verwezen naar het overkoepelende principe van amoraliteit. Amoraliteit omhelst de opvatting dat termen als 'goed' en 'kwaad' bij de boordeling van een handelswijze buiten beschouwing dienen te worden gelaten. De vraag of een plan of een Moreelfinancieel product moreel deugt wordt niet gesteld. Alleen de vraag hoeveel 'reputatieschade' zo'n plan of product mogelijk voor de bank met zich mee kan brengen is relevant. 'Het vocabulaire waarmee mensen in de financiële wereld spreken en nadenken over hun eigen functioneren is waar mogelijk ontdaan van woorden die een ethische discussie kunnen losmaken. Het grootste compliment in de City is dan ook iemand 'professioneel' noemen. Het betekent dat jij op je werk emoties buiten beschouwing weet te houden, inclusief morele overtuigingen – die zijn voor thuis.' (p. 89) In zo'n amorele logica is alles geoorloofd om winst te behalen, zolang het maar binnen de wet blijft. Buiten de wet treden kan immers reputatieschade veroorzaken, iets wat de bank ten allen tijde wenst te voorkomen.

De toegenomen complexiteit van de financiële wereld zorgt ervoor dat banken op drie manieren kwetsbaar zijn geworden. Zo kan de complexiteit niet alleen misverstanden en misrekeningen tot gevolg hebben, maar ook misbruik. Een interne boekhouder zegt over deze situatie: 'Als interne boekhouders horen wij de bank te begrijpen, en dit inzicht te illustreren met onze cijfers. In werkelijkheid is het echter andersom. We doorlopen een proces, en als iedere stap keurig is gezet, dan geldt de uitkomst als legitiem. Wat wij doen is feitelijk legitimeren.' (p. 110). De complexiteit van het zakenbankieren in de megabanken heeft het kennelijk onmogelijk gemaakt nog controle uit te oefenen op transacties en financiële producten waardoor onverantwoorde risico's mogelijk worden gemaakt.

De 'bonuscultuur' zorgt er verder voor dat de verdiensten van de verkoop van een financieel product met een lange looptijd al in het jaar van verkoop als bonus aan de medewerker wordt uitgekeerd. Dit terwijl de bank de winst over dit product pas gedurende de looptijd van dat product gaat maken. Dat houdt de medewerkers gretig maar verandert ook de aard van het contact met de klant. Waarom zou je immers een relatie met de klant onderhouden wanneer je verder niets meer aan hem kan verdienen?

Tenslotte belicht Luyendijk de rol die kredietbeoordelaars en accountants spelen binnen Planet Finance. Zo worden de kredietbeoordelaars betaald door de banken van wie ze de financiële instrumenten 'onafhankelijk' moeten beoordelen. En ook bij accountants wordt de markt beheerst door minder dan een handvol spelers: KPMG, EY, Deloitte en PwC. 'Banken veranderden de afgelopen decennia vrijwel nooit van accountant, en nog aparter: de Grote Vier controleren niet alleen de grote banken, ze hebben ook immense consultancy-takken die duurbetaald 'advies' leveren aan...diezelfde banken.' (p. 123)

Een typologie van zakenbankiers

Onder de titel 'Gaan zij het oplossen?' onderzoekt Luyendijk aan de hand van verschillende typen zakenbankiers het soort bankier dat met het oog op een mogelijke nieuwe crash het gevaarlijkst is (p. 166). Hiertoe onderscheidt hij 'neutralen', 'tandenknarsers', 'Masters of the Universe', 'zeepbelbankiers', 'waanbankiers' en 'koele kikkers'. In feite beschrijft Luyendijk aan de hand van deze typologie de mate waarin zakenbankiers geïnfecteerd zijn geraakt met de hierboven beschreven perverse prikkels van het systeem. Deze types vormen tevens een antwoord op Luyendijks initiële vraag hoe zij met zichzelf kunnen leven.

Min of meer concluderend merkt Luyendijk op dat de 'Masters of the Universe' en de 'zeepbel- en waanbankiers' het menselijke kruitvat in het hart van de financiële wereld vormen. De 'koele kikkers' zijn de lont. Waar de zeepbelbankiers het contact met de rest van de wereld zijn kwijtgeraakt, hebben de koele kikkers het contact met de werkelijkheid verloren (p. 171). Zij komen het dichtst bij wat in spreekwoordelijke zin 'slechteriken' worden genoemd: griezels die precies weten wat ze doen, extreem berekenend en calculerend. Mensen die alles terugbrengen tot een transactie en enkel kijken naar het eigen belang. "Mensen die de uitgangspunten van het neoliberalisme helemaal hebben verinnerlijkt." (Boeken, VPRO, 25 februari 2015)

Masterplan?

Luyendijk ziet zijn boek als een poging om de financiële wereld voor buitenstaanders begrijpelijk te maken. 'Veel mensen moeten weten hoe gevaarlijk die sector is' (p. 188). Wie echter een masterplan van hem verwacht, houdt zichzelf voor de gek. Wat in ieder geval niet werkt, volgens Luyendijk, is blijven roepen dat een karaktertrek van individuele bankiers het probleem is. Het systeem zelf is het probleem.

PoliticiHet zijn de politieke partijen die dit systeem de afgelopen veertig jaar hebben laten ontstaan. 'Je zou mogen verwachten dat in alle westerse democratieën de grote politieke partijen zich hier inmiddels over hadden uitgesproken' (p. 189). Dat is echter niet het geval. Dat komt omdat politici zich, aldus Luyendijk, zijn gaan identificeren met de financiële sector. Ze zijn oprecht gaan geloven dat de wereld in elkaar zit zoals de bankiers hem schetsen (p. 192).

Maar er is een nog belangrijkere oorzaak voor de politieke impasse, aldus Luyendijk. Want stel dat een land besluit als enige zijn financiële sector aan te pakken. Dan vertrekken alle banken en financiële instellingen uit dat land, is het land zijn stem aan de tafel kwijt en verandert er mondiaal gezien nog niks (p. 192). Hier ligt de kern van het probleem dat Luyendijk met zijn boek aankaart: 'Gaat globalisering eigenlijk wel samen met nationale democratie? Hoe krijg je zonder een mondiale regering de mondiale financiële sector weer onder controle? En als je vindt dat zo'n wereldregering onhaalbaar of onwenselijk is, betekent dat dan niet dat mondiaal opererende financiële instellingen ook onhoudbaar zijn?' (p. 192) Luyendijk ziet het begin van een oplossing in het verhogen van de kapitaalbuffers bij banken, waardoor een veel groter deel van de risico's die banken nemen door eigen kapitaal wordt afgedekt.

Tussen winst en wet

Als geïntresseerde leek en betrokken burger ben ik Luyendijk dankbaar voor zijn prestatie. Zijn boek voert op een heldere en aantrekkelijke wijze de lezer binnen in moeilijke en ontoegankelijke materie. Toch laat het me ook met een vraag zitten. Dit betreft de rol van juristen.

Zoals Luyendijk beschrijft gaat het principe van amoraliteit gepaard met het streven binnen de kaders van de wet te opereren om reputatieschade voor banken te voorkomen. Uitgangspunt daarbij is dat Winstealles wat volgens de wet mag, ook daadwerkelijk geoorloofd is: Wat mag, dat kan! Maar om te bepalen of een ingewikkeld en ondoorzichtig financieel product ook daadwerkelijk binnen de grenzen van de wet blijft, doen bankiers een beroep op juristen. 'Zakenbanken zijn als de dood om gepakt te worden op overtreding van de regels, en alles wordt juridische afgedekt en dichtgetimmerd' (p. 68). Juristen zijn degenen die bewust zoeken naar de mazen en de gaten in de wet, om vervolgens te adviseren: Wat kan, dat mag!

Over de directe band tussen juristen en het amorele gedrag van bankiers tekent Luyendijk op: 'Waarom zou je als bankier een klant níét naaien als je (...) weet dat je er juridisch mee wegkomt' (p. 119). Juristen vormen voor bankiers als het ware de onmisbare schakel tussen winst en wet. Hieraan besteedt Luyendijk eigenlijk bijzonder weinig aandacht. Een analyse van de sleutelrol van juristen en de wijze waarop zij met het oog op de financiële sector acteren biedt mogelijk aanknopingspunten om de perverse prikkels in het systeem aan te pakken.

--------------------------

Joris Luyendijk, Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers is een uitgave van Atlas Contact.

Joris Luyendijk (1971) schreef onder andere over de kloof tussen beeld en werkelijkheid in het Midden-Oosten (Het zijn net mensen) en de Nederlandse politiek (Je hebt het niet van mij, maar...). Aan Het zijn net mensen werden de NS Publieksprijs 2007, de Dick Scherpenzeelprijs 2007 en de Prix des Assises du Journalisme 2010 toegekend. Luyendijks boeken werden in 12 talen vertaald.
Dit kan niet waar zijn begon met een zoektocht op de banking blog van The Guardian die de basis vormde voor columns die in NRC Handelsblad en De Standaard verschenen. Naar aanleiding van de banking blog werd Luyendijk gehoord door parlementaire onderzoekscommissies in België en Engeland.

Meer informatie: