NieuweReligiositeit300'Tegenover de eerder vermelde onderzoeken blijkt uit onze gevalstudies dat de alternatieve religieuze sector een behoorlijk samenhangend holistisch-spiritueel wereldbeeld bezit, dat voor een aanzienlijk deel van niet-westerse herkomst is.' (p. 37) Aldus één van de bevindingen naar aanleiding van gevalstudies naar alternatieve religiositeit in Nederland.

Het boek besteedt aandacht aan het soefisme van de Mouriden, pentecostals, de dharma in de westerse praktijk, de Nederlandse godinnenbeweging, psychosofia, Astro TV en Chinese geneeswijzen, spiritualiteit in het bedrijfsleven en de metal-subcultuur. 

Het eerste hoofdstuk van dit boek vormt zowel een inleiding op de thematiek als een reflectie op de bevindingen uit de gevalstudies. Op grond van buitenlandse overzichtsstudies worden in dit hoofdstuk een negental categorieën onderscheiden met betrekking tot alternatieve religiositeit. De categorisering omvat een soort ideologisch verloop van ultra-orthodox via streng, vrijblijvend naar licht. Op organisatorisch vlak wordt een soortgelijk verloop herkend, van streng en besloten, via kleinere groepen naar klantgerichte kortdurende of eenmalige activiteiten. De genoemde categorisering is, aldus Frans Jespers, niet gelijkmatig en sluitend maar zij maakt het onderzoeksgebied behandelbaar. Getracht is om voor iedere categorie van de alternatieve religiositeit een gevalstudie op te nemen. Alleen bij de ultra-orthodoxe hoek is dat niet gelukt.

Ongebonden en post-moderne spiritualiteit

Na een korte beschrijving van de acht gevalstudies die de rest van het boek beslaan, werkt Frans Jespers verschillende aspecten van de ongebonden en post-moderne spiritualiteit meer systematisch uit. Er wordt daarbij stilgestaan bij het wereldbeeld (holistisch), het mensbeeld (holistisch), de ethiek (subjectief en eclectisch), de praktijken ('magische' rituelen), de organisatie (nauwelijks institutionalisering) en de zelfopvatting (niet verder uitgewerkt) van de ongebonden of postmoderne spirituelen.

Bovenstaande verkenningen worden vervolgens voortgezet op het niveau van de theorievorming en de wetenschappelijke verklaringen. De vragen die hierbij gesteld worden zijn: Welke processen en kenmerken doen zich voor in het gebied van de alternatieve religies? En: Is achter deze processen een grondlijn, een tendens te bespeuren die met een wetenschappelijke theorie verklaard kan worden? Op grond van sociologische overzichtsstudies, van publicaties over alternatieve religiositeit en van prominente buitenlandse theorieën over dit thema wordt vervolgens een theoretisch kader geformuleerd.

Jespers onderscheidt vier processen: individualisering, vermenging, vervaging en discussie over het religiebegrip. Naast deze proccessen ten aanzien van religie onderscheidt hij een zestal theorieën over tendensen in de nieuwe religiositeit: radicalisering, postmaterialisme, herbetovering, spiritualisering, postmoderniteit en popularisering.

In een afsluitende paragraaf legt Jespers het geschetste theoretische kader vervolgens naast de bevindingen uit de gevalstudies. Daarbij gaat hij na in hoeverre de holisitische spiritualiteit in deze casussen herkenbaar is, in welke mate de genoemde processen (individualisering, vermenging, vervaging en discussie over het religiebegrip) met hun kenmerken terugkomen, of de gekozen indeling adequaat is en of er bepaalde tendensen (radicalisering, postmaterialisme, herbetovering, spiritualisering, postmoderniteit, popularisering) aanwezig zijn.

De bevindingen die betrekking hebben op de eerder beschreven theorieën over tendensen noemt Jespers opzienbarend. Zo blijkt uit de gevalstudies, aldus Jespers, 'dat de alternatieve religieuze sector een behoorlijk samenhangend holistisch-spiritueel wereldbeeld bezit, dat voor een aanzienlijk deel van niet-westerse herkomst is. Dit holistische milieu heeft een zodanige omvang dat het als derde religie van Nederland aangemerkt kan worden. De meeste praktijken vertonen een overeenkomst van herbetovering (of magie), die vooral voor vrouwen aantrekkelijk blijkt. Opmerkelijk zijn de twee elkaar vrijwel uitsluitende tendensen die we aantroffen: enerzijds een krachtige popularisering van religie, anderzijds een postmateriële en cultuurkritische stroming ervan.' (p. 37)

De gevalstudies

De acht in het boek gepresenteerde gevalstudies hebben betrekking op de Mouriden (Claudia Venhorst), de pentecostals (Lieve Troch), de dharma in de westerse praktijk (Paul van der Velde), de Nederlandse godinnenbeweging Avalon Mystic (Hanneke Minkjan), Psychosofia (Aart van de Griend), de holistische spiritualiteit achter Astro TV en Chinese geneeswijzen (Frans Jespers), spiritualiteit in het bedrijfsleven (Stef Aupers) en de metal-subcultuur in Nederland (Thomas Quartier). De studies zijn zeer lezenswaardig en bieden een aantrekkelijke presentatie van nieuwe vormen van religiositeit waartoe de lezer mogelijk anders niet zo gemakkelijk toegang zou vinden. 

Wat ik jammer vind aan deze bundel is dat bij vier van de acht artikelen (Mouriden - Venhorst; Pentecostals -Troch; Godinnenbeweging - Minkjan; Spiritualiteit in het bedrijfsleven - Aupers) een expliciete inhoudelijke uiteenzetting met het in het eerste hoofdstuk beschreven theoretische kader ontbreekt. Over de gekozen werkwijze wordt in het eerste hoofdstuk opgemerkt dat er voor de gevalstudies specialisten uit verschillende disciplines zijn benaderd. 'Zodoende is de methodiek niet overal dezelfde, hoewel uiteraard telkens de casus centraal staat. Na de beschrijving en analyse van de casus volgt een bredere situering en typering ervan, soms aan de hand van begrippen uit deze inleiding.' (p. 17) Deze manier van werken gaat, naar mijn idee, ten koste van de samenhang in de bundel. Wat de hoofdstukken inhoudelijk met elkaar verbindt is dat zij aspecten van nieuwe religieuze bewegingen beschrijven. De confrontatie van de praktijk uit de gevalstudies met het theoretisch kader staat hierbij, mijns inziens, te weinig centraal. Dat is jammer omdat juist deze confrontatie verrijkende inzichten zou kunnen opleveren. De krappe vijf pagina's in het eerste hoofdstuk, die dit gemis zouden moeten opvangen, doen dat slechts ten dele. Dat is een gemiste kans. Te meer daar de gevalstudies afzonderlijk hiertoe meer dan voldoende aanknopingspunten bieden.

Nieuwe religiositeit in Nederland. Gevalstudies en beschouwingen over alternatieve religieuze activiteiten, Frans Jespers (red.) werd in 2009 uitgegeven door Damon te Budel en bevat bijdragen van Aart van de Griend, Claudia Venhorst, Frans Jespers, Hanneke Minkjan, Lieve Troch, Paul van der Velde en Stef Aupers, ISBN 978 90 5573 902 8.