EenmetdeEne300Met dit boek wil Kick Bras de diskwalificatie rechtzetten als zou het protestantisme niets met mystiek hebben of willen. Deze diskwalificatie is volgens Bras vooral afkomstig uit de 20e eeuw. Hierin gaven Barthianisme en sociaal activisme de toon aan.
Hij hoopt met zijn boek een representatief beeld te scheppen van zoiets als protestantse mystiek, maar ook de kritiek en de worsteling met Rooms-katholieke vormen van mystiek in Nederlandse protestantse kringen gedurende de twintigste eeuw te verhelderen.

Deze worsteling heeft vooral betrekking op de volgende vragen:

  • Waar blijft het besef dat het goddelijk mysterie ons mensen overstijgt?
  • Waar blijft de waardigheid van de menselijke persoon, als het in mystiek zou gaan om versmelting van God en mens?
  • Wordt er aan de genade van God niet tekort gedaan, als mystiek te zeer een zaak wordt van menselijke inspanning door middel van strenge ascese en intensief gebed?
  • Kan mystiek niet op dwaalsporen geraken als men zich vermeit in eigen mystieke ervaringen terwijl men zich niet inzet voor een betere wereld?”

Toch delen Rooms-katholieken en protestanten ook een traditie, de traditie van vóór de Reformatie. “De vroomheidsbewegingen binnen het Nederlandse protestantisme bouwden voort op de mystiek van Bernard van Clairvaux en van de Moderne Devotie, vooral van Thomas a Kempis.”(10-11).

Na de Reformatie zijn binnen het protestantisme personen en bewegingen te herkennen die mystiek geïnspireerd waren. Het betreft dan vooral de Nadere Reformatie (17e en 18e eeuw; aan het einde ‘calvinistische mystiek’ genoemd) en het Duitse piëtisme. In de 20e eeuw kende Nederland invloed van de Theosofische Vereniging van Madame Blavatsky (1875). Ook Nederlandse protestantse theologen werden hierdoor beïnvloed en reageerden er op. Protestantse theologen spreken zich daarom ook uit over mystiek.  Aan het eind van de 20e eeuw vragen “spraakmakende protestantse denkers en dichters aandacht voor het mystieke gehalte van de Bijbel en de joods-christelijke traditie”. (15). Anderen zoeken naar een vorm van mystiek die het onderscheid tussen rooms-katholieke en protestantse mystiek overstijgt, zoals Miskotte’s ‘messiaanse mystiek’.

De opzet van het boek

Bras gaat in de inleiding van zijn boek in op de vraag wat nu eigenlijk mystiek is. Hij kiest daarbij zelf voor de volgende omschrijving: mystiek als ‘de ervaring van God als een levende werkelijkheid die de mens van binnenuit aandrijft tot het gaan van een weg naar steeds ingrijpender eenwording. De eenwording met de goddelijke Geest wordt in meestal kortdurende ervaringen beleefd, maar via een langer proces van omvorming in heel de persoonlijkheid geïntegreerd.’ (9)

In de volgende hoofdstukken behandelt Bras uiteenlopende auteurs uit de 19e en 20e eeuw. Daarnaast besteedt hij in een apart hoofdstuk aandacht aan de Nadere Reformatie en de mystiek. Dit vanwege het feit dat hiernaar vanaf de jaren zeventig van de 20e eeuw in toenemende mate op wetenschappelijk niveau onderzoek is verricht. Dit onderzoek richt zich o.a. op de vraag ‘in welke mate de nadere reformatoren beïnvloed zijn door middeleeuwse mystiek als die van Bernardus van Clairvaux en van de Moderne Devotie.

Nadere Reformatie en mystiek

Bras beschrijft het feit dat de Nadere Reformatie onderdeel is van een bredere vroomheidsbeweging, het piëtisme. Dit vroomheidsstreven is ook te herkennen in het Engelse en Schotse Puritanisme en in het calvinistische en lutherse piëtisme in Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen. Door middel van een bespreking van relevante literatuur vanaf 1970 schetst Bras de ontwikkeling in de houding die met name de Gereformeerde Bond innam tot de relatie tussen Nadere Reformatie en mystiek. Deze ontwikkeling wordt gekenmerkt door een groeiende openheid en een minder door confessionele vooroordelen bepaalde blik. De aandacht voor de Moderne Devotie gaf aan dit onderzoek een impuls. Bras besteedt aan het einde van dit hoofdstuk apart aandacht aan Willem op ’t Hof (voorzitter van de Stichting Studie Nadere Reformatie) en Arie de Reuver (auteur van Verborgen omgang. Sporen van spiritualiteit in Middeleeuwen en Nadere Reformatie, 2002). Dit omdat zij in de 21e eeuw een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de bestudering van de relatie tussen Nader Reformatie en mystiek en de betekenis van de Moderne Devotie voor deze relatie. Vooral de Reuver maakt duidelijk dat de nader-reformatorische vroomheid geen terugval in de rooms-katholieke spiritualiteit betekent. De drie sola’s (sola scriptura, sola gratia en sola fide) vormen immers het kader waarbinnen de piëtistische mystiek opbloeit.

Protestantse theologen en hun mystieke inslag

Bras heeft zich bij de bespreking van de representanten van de protestantse mystiek beperkt tot denkers en dichters uit de 19e en 20e eeuw die door hun publicaties invloed hebben uitgeoefend op de protestantse wereld en daarbuiten. Hij beschrijft hoofdstuksgewijs de relevante publicaties van de betreffende personen met betrekking tot mystiek. Hierdoor wordt hun visie op en verhouding tot mystiek duidelijk.

De besproken auteurs verhouden zich, mijns inziens, grofweg op drie verschillende manieren tot mystiek. Tegelijkertijd moet gezegd worden dat de auteurs niet vastgepind kunnen worden op één van de genoemde benaderingswijzen. Bras beschrijft de ontwikkeling die de verschillende auteurs in hun denken doormaken en de verschuivingen die daarbij optreden op indrukwekkende wijze.

De eerste groep auteurs benadert mystiek voornamelijk vanuit de calvinistische uitgangspunten: sola scriptura, sola gratia en sola fide (11). Onder sola scriptura wordt verstaan dat het protestantse geloof zich alleen op de Schrift baseert en niet op legenden van heiligen of op buitengewone mystieke ervaringen. Onder sola gratia wordt verstaan dat het protestantse geloof zich alleen baseert op genade en niet op goede werken. We worden niet gered door een ascetisch of mystiek leven, maar alleen door Gods genade zoals die in Christus’ verzoenend sterven is geopenbaard. Onder sola fide wordt verstaan dat van ons mensen alleen gevraagd wordt de genade in geloof te aanvaarden. Alleen op grond daarvan worden we gerechtvaardigd, wedergeboren, kinderen van God. Vereniging met God hangt niet van de mens zelf af, maar is genade van Godswege. Daarbij omhelst deze vereniging volgens protestantse theologen niet het volledig opgaan in God. Er is sprake van een blijvend onderscheid tussen Schepper en schepsel.
De protestantse theologen uit deze groep hebben vaak een ambivalente houding ten opzichte van mystiek. Enerzijds speelt de kritische protestantse reflectie op mystiek in hun werk een rol, anderzijds beseffen zij ‘dat alleen de bevindelijke omgang met God het hart kan opwekken en vurig kan maken’. (11) De theologen die vooral bij deze opvatting aansluiten zijn: Abraham Kuyper (1837-1920), Willem Jan Aalders (1870-1945), Kornelis Heiko Miskotte (1894-1976) , Johan Herman Bavinck (1895-1964), Arend Albert van Ruler (1908-1970),

Een tweede groep theologen kenmerkt zich door een meer vrijzinnige omgang met mystiek. Zo bekommert Henriette Roland Holst- van der Schalk (1869-1952) zich niet om het onderscheid tussen Schepper en schepsel. Zij leeft vanuit een kosmisch beleefd eenheidsgevoel. Ook Duco Arris Vorster (1880-1953) herkent zich niet in de traditionele orthodox protestantse kritiek op mystiek en ziet haar als een volkomen eenwording van de mens met het goddelijk mysterie dat niet met dogma’s te vangen is.

Een derde groep auteurs gaat, vanuit een meer oecumenisch perspectief, in gesprek met Rooms-katholieke visies op mystiek. De theologen die vooral bij deze opvatting aansluiten zijn Willem de Mérode (1887-1939), Cornelis Aalders (1908-1999), Auke Jelsma (geb. 1933), Jurien Beumer (1947-2013), Kick Bras (geb. 1949), Wilfried Hensen (1920-2003), Maria de Groot (geb. 1937)

Oecumenische dialoog

De studie van Bras is, mijns inziens, geslaagd in zijn opzet: het scheppen van een representatief beeld van zoiets als protestantse mystiek. Bras doet dat door de bespreking van relevante publicaties op dit gebied van de besproken auteurs. Tegelijkertijd geeft hij daarmee inzicht in de innerlijke worsteling die protestantse theologen met het oog op de drie sola’s met mystiek hebben geleverd. Hij beschrijft deze worsteling op authentieke wijze en levert daarmee vanuit oecumenisch oogpunt een, mijns inziens, belangrijke bijdrage aan de oecumenische dialoog tussen vertegenwoordigers van rooms-katholieke dan wel protestantse visies op mystiek.

Jammer vind ik het dat Bras de lezers van zijn boek in een nawoord niet aan de hand neemt en helpt enkele lijnen te trekken tussen de door hem besproken auteurs. Voor wie relatief onbekend is met het landschap van de protestantse theologie is het moeilijk de verschillende besproken auteurs en hun eventuele onderlinge relaties te plaatsen. De hierboven gekozen indeling van auteurs in drie groepen is een systematisering van mijn hand, ondernomen met het oog op het verwerven van inzicht in de verhouding die de besproken auteurs binnen het landschap van de protestantse theologie ten opzichte van elkaar innemen. Het was zeer behulpzaam geweest wanneer Bras enkele handvaten had geboden om deze verhouding te duiden.

Kick BrasEen met de Ene. Protestantse mystiek van Abraham Kuyper tot Maria de Groot

Meer informatie over de studie en bestelinformatie treft u aan op de website van Uitgeverij Skandalon. Meer publicaties en activitieten van Kick Bras treft u aan op zijn website.