VoorbijDeRetoriek300De auteurs van dit boek pleiten voor meer aandacht voor en bemoeienis van Europa met sociaal beleid, ieder op een eigen manier en ieder in een andere mate. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat zij allen wijzen op de noodzaak van meer Europese sociale wetgeving, maar vooral op veel uitdrukkelijker ingrijpen in andere beleidsterreinen vanwaaruit met regelmaat een beleid gedicteerd wordt dat grote sociale consequenties heeft.

Om dit te waarborgen pleiten zij voor een sociale toets voor alle maatregelen die de binnenmarkt betreffen.

Voorbij de retoriek. Sociaal Europa vanuit twaalf invalshoeken maakt duidelijk dat de steun voor een sociaal Europa steeds meer is verworden tot een verzameling fraaie woorden tijdens campagnetijd. Voorbij deze retoriek, blijkt dit sociale Europa meestal ingevuld te worden met een roep om minder invloed van Europa. De overheersende mening is dat meer Europa alleen maar minder sociaal beleid kan betekenen. Doordat het economisch beleid Europees bepaald wordt, zonder daarbij rekening te houden met de sociale dimensie, wordt de ruimte voor sociaal beleid op nationaal niveau automatisch kleiner.

Hoewel bij de start van de interne markt (1993, Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie tussen 1985 en 1994) nog sprake was van een sociale invalshoek is deze inmiddels sterk geërodeerd. De nadruk is komen te liggen op de vrijmaking van de markt en op een terugtredende overheid. Gevolgen hiervan voor het Europese sociale beleid zijn niet alleen stilstand in belangrijke sociale dossiers, maar ook dwingende deregulering en supranationale wetgeving die de mogelijkheden van de lidstaten beperkt om in positieve zin ten aanzien van sociaal beleid af te wijken.

De huidige crisis wordt gebruikt als argument om door te gaan op de ingeslagen weg en de neoliberale hervormingsagenda blind te volgen. De cases in het boek geven aan dat die neoliberale hervormingsagenda, ingegeven door een eenzijdig marktdenken en gelanceerd vanuit de mondiale of Brusselse instellingen, zeer negatief kan werken op sociaal terrein.

Neoliberaal, nationalistisch of sociaaldemocratisch?

Hoewel er geen enkele harde onderbouwing mogelijk is, aldus de auteurs, voor het beleidsuitgangspunt dat verdere deregulering en flexibilisering van de arbeidsmarkt (neoliberaal) landen in staat zal stellen sneller uit een crisis te geraken en beter te presteren, blijft de roep om hervorming en versoepeling alom te horen (14). Terwijl landen die inzetten op sociale zekerheid en goed geregelde arbeidsrelaties (sociaaldemocratisch), de crisis beter hebben doorstaan.

Het vasthouden aan de ingeslagen weg heeft als gevolg het verder overhevelen van de risico's op de arbeidsmarkt van de onderneming en de overheid naar de individuele burger. Dit werkt een groeiende tweedeling op de arbeidsmarkt in de hand en brengt grotere delen van de beroepsbevolking in de gevarenzone.

De auteurs zijn van mening dat het tegen deze achtergrond van struisvogelpolitiek getuigt wanneer Nederland een terugtrekkende beweging in Europa zou inzetten. Ingrijpen is volgens hen gewenst. Daarbij benoemen zij thema's die in hun optiek van belang zijn: het eenduidig Europees definiëren van de arbeidsrelatie en het regelen van de sociale aansprakelijkheid in productieketens.

Om te voorkomen dat de nationale verzorgingsstaat onder onze handen afbrokkelt zullen er, volgens de auteurs, keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van het volgende trilemma: 

  1. De sociale kwaliteit die we wensen voor Europese burgers in het verlengde van de nationale verzorgingsstaten en sociale modellen;
  2. De zegeningen van de Europese economische integratie en de afhankelijkheid van onze welvaart en groei van de al vergaand aan Europa overgedragen bevoegdheden ten aanzien van interne markt en budgettair beleid;
  3. Het vasthouden aan democratische legitimiteit en beslissingsbevoegdheden over sociaal beleid primair of zelfs exclusief op nationaal niveau.

Ten aanzien van dit trilemma kunnen grof geschetst drie keuzes worden gemaakt waarbij 1) ,2) of 3) het onderspit delven bij een combinatie van de andere twee, die je zou kunnen kwalificeren als een neoliberaal (vrij spel voor de onzichtbare hand van de markt) , een national(istisch) (grenzen dicht) en een door de auteurs bepleit sociaaldemocratisch alternatief, waarbij actief invulling wordt gegeven aan een sociaal Europa door een stukje van de nationale soevereiniteit (3 ) op te geven en op Europees niveau een proactief geïntegreerd sociaaleconomisch beleid na te streven waar de sociale dimensie integraal onderdeel van uitmaakt. Grote vraag hierbij is hoe te komen tot steun voor deze aanpak zolang nationale politici zich krampachtig verzetten tegen ieder soevereiniteitsverlies en tegen iedere solidariteit die verder reikt dan de eigen nationale grenzen.

De auteurs pleiten in dit kader voor een veel actiever samenwerken van de Europese sociaaldemocratische partijen aan het opbouwen van een verzorgingsstraat op Europees niveau, met verplichtende minimumregels en rechten, gezamenlijke inspanningen voor handhaving en bescherming van die rechten, en met solidariteitsarrangementen over de grenzen heen waar de draagkracht voor het opvangen van – met name – werkloosheid en economische crisis de nationale draagkracht overschrijdt: integraal beleid voor het hele Europese project, niet weggestopt in het reservaat van sociale zaken (20).

Van sociaal actieplan naar deregulering en vrijmaking

Na deze inleiding volgt een hoofdstuk waarin wordt ingegaan op de grondslag die Jacques Delors (het Witboek van Delors) in 1993 trachtte te leggen voor een duurzame ontwikkeling van de Europese economieën geschoeid op het Rijnlandse model van de verzorgingsstaat. Tot midden jaren negentig legde dit Witboek de basis voor een actieplan dat een pakket aan voorstellen bevatte voor het realiseren van sociale Europese wetgeving en door de Europese Commissie werd geagendeerd. Daarna werd het beleid bepaald door een steeds belangrijkere voorrang aan de economische vrijheden, leidend tot een proces van deregulering en vrijmaking dat direct en indirect grote gevolgen had voor het sociale domein. De visie dat een sociaal Europa onbetaalbaar is geworden en de concurrentiekracht belemmert is volgens Delors een misvatting. Nodig is echter een langetermijnvisie, 'niet de hitsigheid van de groei op korte termijn' (27). Zo'n 'langetermijnstrategie vraagt om beleid dat zich bezighoudt met de demografische ontwikkeling, met het tegengaan van sociale dumping en de er uit voortvloeiende oneerlijke concurrentie.' (27) Anders dan de eenzijdige nadruk op het financiële en monetaire beleid, dient een beleid te worden ontwikkeld met meer oog voor de politieke en sociaaldemocratische samenhang en een herstel van het sociaal overleg dat hieraan moet bijdragen.

Invalshoeken

In de hierop volgende hoofdstukken wordt aan de hand van twaalf invalshoeken ingegaan op de verhouding tussen het beleid op nationaal niveau en het Europees beleid.

Deze invalshoeken zijn:

1) Europa's banencrisis (Lodewijk Asscher),
2) Onderwijs (Michiel Emmelkamp),
3) Verzorgingsstaat (Ieke van den Burg),
4) Sociale mensenrechten (Katalijne Buitenweg & Rob Buitenweg),
5) Werkloosheid (Paul Tang),
6) Sociale dialoog (Marjolijn Bulk & Catelene Passchier),
7) Detacheringsarbeid (Mijke Houwerzijl),
8) Sociale zekerheid (Jan Cremers),
9) Bestaansonzekerheid bij kinderen (Frank Vandenbroucke & Rik Wisselink),
10) Europees populisme (René Cuperus & Jan Marinus Wiersma),
11) Sociaal overleg in de onderneming (Jan Cremers),
12) Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ad Melkert).

Paal en perk aan de financialisering

Hoewel de mate waarin de auteurs pleitten voor inmenging van Europa verschilt, zijn alle auteurs het erover eens dat er meer aandacht moet komen voor (het naleven van reeds geformuleerd) sociaal beleid en sociale cohesie op Europees niveau om paal en perk te stellen aan de financialisering.

De auteurs wijzen hierbij de neoliberale inslag van de huidige EU als belangrijkste oorzaak aan van de gebreken op sociaal terrein. Ze bieden vele suggesties hoe de situatie te verbeteren. Daarbij pleitten ze ervoor het sociale hoger op de agenda te plaatsen en een gelijkwaardige plek te geven naast de economische benadering. Over het hoe hiervan wordt door de auteurs verschillend gedacht.

Zij plaatsen daarbij het Rijnlandse model van de verzorgingsstaat tegenover het Angelsaksische harde model, dat gebaseerd is op de ideeën van de Chicago School of Economics en de overhand heeft gekregen. In dit gedachtengoed is het niet nodig beleid te voeren om werkgelegenheid te scheppen, de onzichtbare hand van de markt zou daar zelf zorg voor dragen.

De pogingen van Jacques Delors (voorzitter van de Europese Commissie tussen 1985 en 1994) om sociaal beleid voor de toekomst vast te leggen in verdragen en wetten, heeft geleid tot heldere teksten over sociale doelstellingen, maar deze hebben het moeten afleggen tegen de absolute voorrang die met regelmaat gegeven is aan de vrijmaking van de interne markt. Hierdoor is niet langer sprake van samenwerking, maar van wedijver tussen de lidstaten via interne devaluaties in de vorm van bezuinigingen of neerwaartse aanpassingen van het ontslagrecht. 'De factor arbeid wordt binnen de huidige regelgeving ondergeschikt gemaakt aan de factor kapitaal, iets dat volstrekt in strijd is met het Rijnlandse model, dat uitgangspunt vormde voor de Europese samenwerking.' (186)
-----
'Voorbij de retoriek. Sociaal Europa vanuit twaalf invalshoeken' (Ieke van den Burg, Jan Cremers, Camiel Hamans en Annelies Pilon -red.) is een publicatie van de Wiardi Beckman Stichting (WBS), het Wetenschappelijk Bureau voor de Sociaal-Democratie dat gelieerd is aan de Partij van de Arbeid. De stichting stelt zich ten doel "om urgente maatschappelijke vraagstukken te signaleren, deze wetenschappelijk te analyseren vanuit een langetermijnperspectief en sociaal-democratische gezindheid, en er toekomstgericht over te adviseren". Zij is onafhankelijk van bestaand beleid en beleidsmakers, http://www.wbs.nl/over-de-wbs 

Voorbij de retoriek. Sociaal Europa vanuit twaalf invalshoeken verscheen in samenwerking met het WBS Europa Fonds in mei 2014 bij Uitgeverij Van Gennep te Amsterdam en is te bestellen via: http://www.vangennep-boeken.nl/boek_detail.php?id=430