Utopie300In De utopie van de vrije markt verkent Achterhuis, aange-spoord door de kredietcrisis, het utopische karakter van het vrijemarktkapitalisme.
Om antwoord te vinden op de vraag of er naast een technische en een socialistische utopie ook een kapitalistische utopie bestaat, gaat hij in op het denken van Ayn Rand en Milton Friedman, de twee belangrijkste voorvechters van het vrijemarktkapitalisme.  Achterhuis schetst hoe na de ondergang van de communistische utopie in 1989 het kapitalisme definitief overwon.

Door een kapitalistische utopie geïnspireerde leiders als Thatcher en Reagan zorgden ervoor dat West-Europa meer en meer in de ban raakte van het kapitalisme. Privatisering van staatsdiensten en staatsbedrijven, deregulering van de economie en uitschakeling van de vakbonden waren het gevolg.

Atlas Shrugged

Ayn Rand, voorheen Alissa Rosenbaum, oudste dochter van een joods middenstandsgezin uit St.Petersburg, nam met haar naamsverandering afstand van haar joodse achtergrond. Zij ervoer de nieuwe Sovjetsamenleving, na de Oktoberrevolutie (1917), als extreem onderdrukkend en zag Amerika als het beloofde land, waarin de vrijheid van het individu centraal stond. Na een korte periode van studie (geschiedenis en filosofie) aan de universiteit in St.Petersburg vertrok zij in 1926 dan ook naar Amerika, zonder van plan te zijn daar ooit terug te keren. Met ondersteuning van familieleden, waaronder financiële steun, kon zij doorreizen naar Hollywood. Na haar huwelijk verhuisde zij naar New York waar zij haar romans schreef, waaronder Atlas Shrugged. Daar overleed zij op 6 maart 1982.

CRandAchterhuis gaat in op de filosofie (objectivisme) die Rand in Atlas Shrugged ontvouwd en de invloed die deze filosofie op Alan Greenspan (haar belangrijkste leerling en tot 2006 president van de Fed, de Amerikaanse Federal Reserve Bank) heeft gehad. Greenspan hing haar filosofie veertig jaar aan, tot hij in 2008 openlijk erkende dat er 'een fout moet zitten in de overtuiging dat de vrije markt zichzelf beter kan reguleren dan enig overheidstoezicht dat zou doen' (NRC Handelsblad, 24-10-2008). Maar voordat hij hiertoe kwam vervulde hij, aldus Achterhuis, een historische rol in de neoliberale aanloop naar de kredietcrisis.

Centraal in de utopie van de begeerte die Rand in Atlas Shrugged ontwerpt, staat het eigenbelang (selfishness). Anders dan in alle andere utopieën uit de traditie, is Rand van mening dat rationeel eigenbelang een deugd is die moet worden nagestreefd. Om dit te kunnen realiseren is het volgens haar nodig radicaal te breken met de traditie. De mens kan dit rationale eigenbelang realiseren via scheppende productie, waarbij nooit de behoefte van andere mensen een rol mag spelen. Doet zij dat wel, dan gaat de vrije samenleving – aldus Rand – ten onder. De nieuwe samenleving (Atlantis) waarin het vrijemarktkapitalisme optimaal is gerealiseerd, is gebaseerd op  hebzucht (greed). Hiertoe moet de 'oude wereld', waarin rekening gehouden wordt met de behoeften van anderen, radicaal vernietigd worden.

Het utopische karakter van het neoliberalisme

CNeoliberalismeIn alle belangrijke studies over utopieën ontbreekt, aldus Achterhuis, de roman van Rand. En ook op de utopische kanten van het neoliberalisme wordt in studies over utopieën niet ingegaan. Toch is het neoliberalisme bij uitstek het utopisch paradigma dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw onze moderne wereld totaal heeft veranderd en mondiaal een nieuwe werkelijkheid heeft gecreëerd.

Om het utopische karakter van het neoliberalisme te verhelderen verwijst Achterhuis naar de formele kenmerken van utopieën, waaraan het neoliberalisme, volgens hem, voldoet.

Rands' Atlantis, gebaseerd op de kapitalistische logica van het neoliberalisme:

  1. is maakbaar: het ontstaat wanneer mensen vrij met elkaar kunnen concurreren.
  2. is een ideale samenleving: Atlantis omvat een geheel van maatschappelijke voorwaarden – eigendomsverhoudingen en wetgeving, waardoor Atlantis als samenleving gestalte krijgt.
  3. is een totale verandering van de bestaande samenleving: Atlantis ontstaat niet door kleine hervormingen van de bestaande samenleving maar door een totale verandering van de premissen waarop tot dan toe het menselijk samenleven berustte. Hierdoor ontstaat een volledig nieuwe maatschappij.

Als bijkomende kenmerken van utopieën noemt Achterhuis nog het radicale karakter van de breuk met de bestaande samenleving, de zuiverheid van de personen die de utopische inspiratie uitdragen, de regulering van liefde en seksualiteit (volgens rationele maatstaven), de verdeling van arbeid volgens Smiths' mechanisme van de onzichtbare hand van de markt en het geweld waarvan dergelijke samenlevingen zijn doortrokken (gericht op de destructie van de bestaande samenleving).

Afbraak van de verzorgingsstaat

Ook Nederland kent een overwegend neoliberaal georganiseerde samenleving, die gericht is op het realiseren van vrijemarktwerking en zo min mogelijk overheidsinterventie. Dat is ten koste gegaan van de sociale verzorgingsstaat, die gericht is op solidariteit en volledige werkgelegenheid (Keynes). Achterhuis erkent hierbij dat hij hetgeen hij theoretisch heel goed wist, in de praktijk niet doorhad. Namelijk dat 'elke ideologie zichzelf als onontkoombare en natuurlijke visie op de werkelijkheid presenteert.' Hierdoor blijft zij goeddeels onzichtbaar. 'Zij is de bril die bijna iedereen draagt'.

Michel Foucault is, aldus Achterhuis, één van de weinigen die het neoliberalisme al in de jaren 1978-1979 in zijn colleges onder kritiek stelde. Achterhuis betreurt het dat de teksten van deze colleges pas in 2004 beschikbaar kwamen. Mogelijk was hij zelf dan minder lang blijven slapen, zo merkt hij op.

CbootTen gevolge van de ongelimiteerde werking van de vrije markt gaan meer en meer mensen buiten de boot vallen. Zij krijgen steeds minder ondersteuning in hun levensonderhoud. De vanzelfsprekende solidariteit van de sociale verzorgingsstaat is komen te vervallen waardoor het relatieve minimum voor burgers is omgezet in een absoluut minimum. De kloof tussen arm en rijk wordt daarmee steeds groter.

Praktische uitkomsten van het neoliberalisme

Na in het tweede deel van het boek de historische triomftocht van de vrije markt te hebben beschreven en in het derde deel de ontwikkelingsgang van de marktsamenleving, aan de hand van daartoe belangrijke denkers (Aristoteles, More, Locke, Smith, Bentham, Marx, Durkheim en Keynes), gaat Achterhuis in het vierde deel in op de theorieën van de economen Friedrich von Hayek en Milton Friedman en de praktische uitkomsten van hun economische theorieën. Beide theorieën worden gestuurd door een absoluut geloof in de werking van de vrije markt waarbij ernstige maatschappelijke ellende en ontreddering maar een tijdje verdragen zouden moeten worden. Aan het eind gloort immers de verlossing.

Omdat echter democratisch gekozen regeringen het zich niet kunnen veroorloven om dit principe lange tijd vol te houden, en uiteindelijk bij een kredietcrisis wel moeten ingrijpen, door banken te ondersteunen en geld in de economie te pompen, kan de utopie van de vrije markt in democratische verhoudingen nooit echt getest worden. Daar zijn autoritaire, zo niet totalitaire overheden voor nodig.

Achterhuis ziet Friedmans Chileense episode, in navolging van Naomi Klein (The Shock Doctrine), dan ook als het kernpunt van een groot utopisch gericht programma. Daarbij vormde het Chili van na de coup (1973), die een radicale breuk vormde met het democratische politieke en economische leven, het maatschappelijk laboratorium voor een experiment met het neoliberalisme. De lessen die er geleerd werden, werden vervolgens toegepast in diverse vormen en landen, van Latijns-Amerika tot Azië.

Met de experimenten van Thatcher en Reagan werd het neoliberalisme ook in Europa en Amerika toonaangevend. De belangrijkste les die neoliberalen daarbij in Chili leerden, is volgens Achterhuis, dat je een harde breuk met het verleden moet realiseren (een 'Shock' in de terminologie van Klein) om de gewenste utopische veranderingen door te voeren. Dergelijke radicale schokken (van natuurlijke ofwel politieke aard) hanteren voorstanders van de vrije markt om wereldwijd hun gedachtengoed te verspreiden. Als voorbeelden beschrijft Achterhuis hiertoe de tsunami in Sri Lanka en de wateroorlogen die ontstaan doordat internationale ondernemingen nationale watervoorraden wensen te exploiteren (water hunt).

Achterhuis illustreert de invloed van de neoliberale logica in Nederland aan de hand van de voortschrijdende marktwerking in de zorg en de bonuscultuur in het bankwezen en het bedrijfsleven. In dat kader pleit hij voor het creëren van cultureel maatgevoel onder invloed van sterke maatschappelijke druk en hard overheidsingrijpen. Een zwenkende politiek bemoeilijkt het aanpakken van de bonuscultuur echter in hoge mate.

Dystopische trekken

In de epiloog schetst Achterhuis hoe hij gaandeweg het onderzoek voor dit boek de dystopische trekken van de neoliberale utopie ontdekte: 'verschraling van menselijke relaties omdat de hele wereld tot een markt wordt gereduceerd, gewelddadige onteigening en ontworteling van grote groepen mensen, toenemende sociale ongelijkheid, uitsluiting van burgers die de concurrentiestrijd op de markt niet aankunnen, afbraak van de politieke macht van gemeenschappen, een paradoxale toename van toezicht en controle.' En hoewel hij aanvankelijk nog geloofde in de utopische belofte van de vrijmaking van de markt in economisch opzicht, vielen hem, zo merkt hij op, tegen het eind van zijn onderzoek de schellen van de ogen. Het werd hem duidelijk dat 'hij toch weer het slachtoffer was geworden van een vrij algemene utopische verblinding'.

Gezocht moet worden naar een herstel van het evenwicht tussen markt, staat en burgermaatschappij. Op de vraag hoe dit evenwicht herstelt zou moeten worden, schuift Achterhuis de vier kardinale deugden uit Aristoteles' Ethica naar voren: praktische wijsheid, moed (om ons te verzetten tegen de uitwassen van de neoliberale logica), zelfbeheersing en maatgevoel (om ons niet te laten meeslepen door de utopische belofte van de markt) en rechtvaardigheid (om als individu ieder te geven wat hem toekomt).

CburgersAchterhuis is hierbij van mening dat wij als burgers meer teweeg kunnen brengen dan we zelf denken. Daarbij verwijst hij naar een actuele denkrichting in de ethiek waarin de aristotelische deugden nieuw belang hebben gekregen in vormen van zelfzorg en ethische reflectie op het eigen handelen. 'Als een dergelijke reflectie op 'het goede leven' zich uitstrekt tot de wijdere horizon van markten en overheden die op elastische wijze met onze oikos verbonden zijn, dan kan dit bijdragen aan het terugdringen van zowel markten als overheden wanneer die in bepaalde opzichten te ver zijn gegaan', zo luidt de slotopmerking van Achterhuis.

De utopie van de vrije markt biedt een diepgaande studie van de ontwikkeling van de vrije markt en de neoliberale kapitalistische logica. Ze helpt de lezer te begrijpen hoe deze logica functioneert en zich van het utopisch karakter ervan bewust te worden. Echt jammer vind ik het, dat het beroep op de Aristotelische kardinale deugden in de epiloog, niet verder wordt uitgewerkt. De impliciete oproep aan burgers, om zelf verandering teweeg te brengen, kwam voor mij vrij onverwachts. Jammer is het dat Achterhuis hiervoor geen handvaten biedt. De verwijzing naar 'een actuele denkrichting in de ethiek' (p. 302) blijft vaag. De vraag hoe burgers nu daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren aan verandering blijft daardoor, tot mijn spijt, zonder antwoord.

AchterhuisHans Achterhuis (1942) is filosoof en theoloog. Hij kreeg in 2002 de Pierre Bayle Prijs voor maatschappijkritiek. Zijn magnum opus Met alle geweld (2008) werd onderscheiden met de Socrates Wisselbeker voor het beste filosofieboek van het jaar. Hij behoort tot 'de twaalf grootste denkers van Nederland' (Vrij Nederland) en 'de denkers die ons wereldbeeld veranderen' (NRC Handelsblad). Achterhuis heeft een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan met boeken als Camus, de moed om mens te zijn (1967), De markt van welzijn en geluk (1979), Het rijk van de schaarste (1988), De erfenis van de utopie (1998), Politiek van goede bedoelingen (1999), Utopie (2006), Met alle geweld: Een filosofische zoektocht (2008), De utopie van de vrije markt (2010) en Zonder vrienden geen filosofie (2011). Achterhuis werd in 2011 uitgeroepen tot de eerste Denker des Vaderlands (initiatief van Filosofie Magazine, Stichting Maand van de Filosofie, i.s.m. dagblad Trouw).

Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt verscheen in 2010 bij Lemniscaat

Download boekbespreking als pdf

 

Lees de reacties op Linkedin: