Mgr. de Jong, jongerenbisschop van de Nederlandse Kerkprovincie van de Rooms-katholieke Kerk, theoloog en filosoof, zoekt naar wegen om voorbij aan enge denkkaders met jongeren in gesprek te gaan over wat geloof kan betekenen. Via de ingang van de rede blijkt dat nogal eens op niets uit te lopen. Vaker lukt dat door de ingang van de liefde of de schoonheidservaring te kiezen. Iedere jongere kent wel van die ervaringen. De kerk beschikt over een enorme schat aan oude en nieuwe ervaringen met God. Ze heeft veel aan zingeving voor het concrete leven van mensen te bieden.

Mgr. De Jong is de jongerenbisschop van de Nederlandse Kerkprovincie van de Rooms-katholieke Kerk. Aanvankelijk wilde hij ingenieur worden, maar op 18-jarige leeftijd koos hij ervoor om priester te worden. Hij vertelt over wat hem daartoe bewoog, over de weg die hij aflegde en over de betekenis die hij vond in het geloof.

Al als kleuter was ik geïnteresseerd in alles wat met techniek te maken had. Tot het einde van de middelbare school stond daarom voor mij vast dat ik de elektronica in wilde. Geloof zei me toen eigenlijk niks meer. Tot ik een boek las van een Belgische vrouw die schreef dat ze gesprekken met Jezus had. Ik besefte dat Jezus leefde, en dat besef zette me aan tot bidden. In het geheim, want ik durfde het niemand te vertellen, bang om uitgelachen te worden. In mijn slaapkamer zocht ik toen steeds opnieuw het contact met God. Dat boek hielp me ook te begrijpen wat er in mij speelde. Soms voelde ik dingen op voorhand aan. Zo voelde ik in mij een grote onrust bij de gedachte naar de HTS te gaan. Ik bad om helderheid. Op een gegeven moment was de inschrijftermijn van de HTS verstreken en raakte ik wat in paniek. Ik legde mijn vraag naar "wat dan?" opnieuw aan God voor in gebed en het mocht mij toen overkomen dat ik in een soort neonletters in mijn hoofd het woord 'priester' mocht lezen. Toen ik eraan toegaf die richting in mijn leven te kiezen, kwam er ineens een grote innerlijke vrede over mij heen. Diezelfde avond heb ik het nog tegen mijn moeder verteld. De grap was dat mijn ouders het op 1 april tegen mijn broers en zussen vertelde. Die dachten echt dat het een 1-april-grap was. Ze lachten er hartelijk om. Maar al snel begrepen ze dat ik het echt meende. Ik had niet verwacht dat mijn keuze begrepen zou worden door mijn vrienden, maar tot mijn verbazing accepteerden die hem.

Rome

Nadat ik priester was gewijd, heb ik filosofie gestudeerd en ben daarin ook gepromoveerd. Mijn interesse ging eigenlijk uit naar de genadeleer, de dogmatiek dus, maar de bisschop vroeg me destijds om filosofie te gaan studeren. Zo ben ik in de filosofie gerold. Ik heb me bezig gehouden met de filosofie van de wetenschap en van de natuur. Ik had het voorrecht in Rome te mogen studeren. Toen ik dat hoorde sprong ik een gat in de lucht. Maar nu moet ik eerlijk zeggen dat het niveau in Rome me een beetje tegen viel. Na Rome ben ik dan nog een tijd naar Washington geweest, waar ik mijn studies heb voortgezet. Vooral Aristoteles sprak me erg aan, maar ook Thomas van Aquino. Het hele spectrum van het concrete tot het abstracte heeft mijn interesse. Ook Plotinus, die grote invloed heeft uitgeoefend op Augustinus heeft mijn interesse. Hij droeg de mystieke dimensie over de drempel van het christendom.

Rede

Wanneer je over de betekenis van de rede voor het geloof spreekt is het van belang goed te definiëren wat je onder die rede verstaat. Ik denk dat het intellect open is voor transcendentie, je zou dat 'God' kunnen noemen. Dat is breder dan de manier waarop de rede gedacht wordt binnen de Verlichting. Het is echter wel belangrijk dat je goed leert denken, dat wil zeggen, logisch. Het denkproces houdt een zoektocht in naar de Waarheid. Geloof zoekt naar inzicht (fides quaerens intellectum), maar is niet met de natuurlijke rede te achterhalen. Voor mij staat filosofie daarom in dienst van het geloof, zij is om met woorden uit de traditie te spreken, de dienstmaagd van de theologie (ancilla theologiae). Vanuit dat perspectief kan de Paus ook zeggen dat geloof redelijk is. Geloof voert naar inzicht, maar op een ander niveau dan dat van de natuurlijke rede.

Enge denkkaders

Wanneer ik met jongeren spreek, probeer ik wel eens via de ingang van de rede het christendom aannemelijk te maken, maar ik merk dat dat eigenlijk vaak niet lukt. Ik probeer dan hun relativisme ter sprake te brengen via de ingang van de rede. Maar dat levert niks op. Vaker kom je op een diepgaand niveau met jongeren in gesprek wanneer je daarvoor de ingang van de liefde kiest. Dat komt soms heel rechtstreeks binnen bij jongeren; iedere jongere kent immers wel ervaringen van liefde. Maar naast de rede en de liefde vormen ook ervaringen van schoonheid een ingang om met jongeren in gesprek te komen over wat geloven is. Schoonheid, zoals die vorm heeft gekregen in kunst, maar bijvoorbeeld ook zoals die zichtbaar is in de natuur, is evocatief van aard. Schoonheid roept iets op bij jongeren, daarover kun je met elkaar in gesprek gaan. Ik moet denken aan de schedel van Damian Hirst, die helemaal met diamanten is ingelegd en die zich nu in Nederland bevindt. Die schedel draagt de titel 'For the Love of God'. Enerzijds vormt die schedel het toppunt van decadentie, maar tegelijkertijd raakt deze aan transcendentie. Daarover kun je in gesprek gaan met elkaar. Maar ook muziek kan daartoe aanleiding zijn. Wat betekent het bijvoorbeeld dat veel ministers en parlementariërs elk jaar luisteren naar de Matthëus Passion? Belangrijk bij die gesprekken is het om niet te blijven steken in enge denkkaders. De mens is ongeneeslijk religieus, we moeten zoeken naar aanknopingspunten om daarover met elkaar in gesprek te gaan.

Vrij zwevend

Je ziet het in de samenleving, veel mensen zoeken naar zingeving. Dat zijn vaak vormen van vrij zwevende zingeving, niet meer gebonden aan kerkelijke instituties. Kerken zouden wat dat betreft best ook kritisch naar zichzelf mogen kijken. Zij zijn mede debet aan een vervreemding van de natuurlijke religiositeit van mensen, door soms heel horizontaal te denken. Daar ligt een opdracht voor de kerken. De kerk beschikt over een enorme schat aan oude en nieuwe ervaringen met God. Het Evangelie is bij veel mensen nog relatief onontdekt. Daarnaast zie je allerlei nieuwe bewegingen ontstaan die veel aanknopingspunten bieden om antwoorden te geven op onze aangeboren natuurlijke religiositeit, maar ook deze zijn nog relatief onontdekt. Je zou kunnen zeggen dat de Kerk niet meer gehoord wordt over wat zij aan zingeving voor het hele concrete leven van mensen te bieden heeft. Wanneer je jongeren, ook jongeren die van huis uit niets meer aan geloof of religie hebben meegekregen, meeneemt naar een plaats waar geloof beleefd wordt, zie je een grote openheid bij hen om deel te nemen, te ondergaan en erover met elkaar in gesprek te gaan. Zij ervaren dan dat geloof niet iets statisch is, maar juist uitermate dynamisch.

Leeg begrip?

zegen'Geloof' is voor veel jongeren een leeg begrip geworden dat er om vraagt om gevuld te worden. Door hen kansen te geven ervaringen op te doen kunnen zij ontdekken wat geloof kan betekenen. Dat geldt ook voor wat de Bijbel aan geloofservaringen te bieden heeft. Wanneer je Bijbelteksten in relatie brengt met ervaringen van jongeren, zie je dat zij daar betekenis aan kunnen ontlenen. Het gaat om een combinatie van woorden en ervaring, beide zijn nodig, zo is de kerk bedoeld! Ik denk aan het verhaal over een meisje dat zelfmoord wilde plegen. Ze deed het niet. Naderhand vertelde ze dat het enige wat haar weerhouden had de jongerengroep was waarmee ze regelmatig samen kwam om over geloof te spreken. Jongeren vinden betekenissen voor hun leven in het geloof, wij mogen niet bang zijn te spreken, we moeten onszelf oefenen over te dragen wat ons zelf gaande houdt. We moeten ook niet schromen jongeren te enthousiasmeren zelf het initiatief te nemen en naar wegen te zoeken om met elkaar in gesprek te gaan over wat geloof zou kunnen betekenen. Dat geldt trouwens niet alleen voor jongeren. Ook de groep mensen tussen de 30 en 50 zijn zoekend, ook onder hen kunnen mensen het initiatief nemen om elkaar op te zoeken. Belangrijk is wel dat er geen te grote versplintering optreedt, versterk elkaar, zoek elkaar op! Zoek een priester of diaken, een religieus of pastoraal werker om je op gang te brengen en te houden.
Onder jongeren zag ik een grote belangstelling voor het oproepen van geesten. In het vormselproject dat ik voor mijn bisschopswijding gaf, legde ik uit dat dat heel gevaarlijk is. Maar daarna stelde ik dat er wel een geest is die je altijd kunt vragen: de heilige Geest. Ik leerde ze dan hoe ze dat zouden kunnen doen, namelijk door te bidden. Jongeren pakten dat als heel vanzelfsprekend op, begrepen dan ook wat je doet. Ik merkte onder hen veel belangstelling voor spiritualiteit. Het ziet ernaar uit dat er een nieuwe generatie jongeren aankomt die weer open staat voor wat er in de katholieke kerk aan zin gevonden kan worden. We hebben zoveel in huis.

Stilte

Je ziet bijvoorbeeld dat wanneer jongeren een belangrijke keuze moeten maken in hun leven, zij zoeken naar momenten van stilte. Stilte maakt mensen ontvankelijk. Alles begint bij de stilte. Mensen leren in de stilte te luisteren naar de heilige Geest. De stilte is wezenlijk voor de vernieuwing van het leven van mensen en voor de kerk als geheel. Ikzelf voel me daarbij gevoed door de hele praktische methode van Ignatius van Loyola, die 'onderscheiding der geesten' wordt genoemd. Die gebedsmethode laat alle ruimte voor de beleving van de diepste bewegingen van je hart. Het is een methode die vooral geschikt is wanneer je keuzes moet maken in het leven. Deze methode spreekt mij zo aan omdat ik iets dergelijks zelf ervaren heb toen ik twijfelde of ik wel naar de HTS moest gaan. Het houdt in dat je als het ware anticipeert op keuzes die je zou kunnen maken, maar waarbij je niet weet welke van de mogelijkheden je moet kiezen. Door te anticiperen op die keuzes ga je in de stilte ontdekken dat de ene keuze je vrede brengt en de andere keuze je onrustig maakt. In de stilte geef je de heilige Geest de ruimte om in je te werken. Die wordt dan niet langer afgeknepen door de twijfel die je in de greep houdt. In de stilte van ons hart spreekt God, niet met woorden maar met stromen van levend water. Om de bewegingen in je innerlijk goed te verstaan en te begrijpen is het wel belangrijk dat er iemand naast je gaat die je helpt de werking van de Geest in jezelf te verstaan en goed te interpreteren. Het is belangrijk dat deze persoon deze weg zelf van binnenuit kent en zelf put uit die stromen van levend water. Dat vraagt om authenticiteit, om echtheid. Maar ook om binnen de Kerk te willen blijven.

Middelaarschap

In het kader daarvan valt me op dat jongeren grote waardering hebben voor de waarde van het priesterschap. Die waardering drukt zich soms ook uit in de wijze waarop men respecteert hoe priesters zich herkenbaar kleden. Het is enigszins vergelijkbaar met jongeren die zich gothic kleden, je weet wel, helemaal in het zwart. Daarmee laten jongeren zien waar ze voor staan. Zo interpreteren zij ook het tonen van het priesterschap. Datzelfde geldt voor het celibaat als teken van het aan God toegewijd zijn. Zo zei iemand mij laatst: "Heb je het nog nooit gedaan? Dan moet je er wel echt in geloven!" Zij hebben respect voor mensen die staan voor hun keuzes en daarvoor afzien van dingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Seksualiteit op zich is mooi, maar ervan afzien om een teken te zijn in deze wereld, een teken van overgave aan God, dat wordt begrepen door jongeren. Ze zien priesters daardoor als middelaars tussen God en mensen. Dat is een aspect van het priesterschap dat teveel op de achtergrond is geraakt, ook in parochies. Dat vind ik jammer. De priester is vrijgesteld om mensen dicht bij God te brengen, dat vraagt enerzijds veel van priesters, van de wijze waarop zij leven en aan hun verbondenheid met God vorm en uitdrukking geven. Anderzijds zouden mensen het priesterschap misschien opnieuw vanuit dit middelaarschap kunnen gaan begrijpen. Niet om priesters apart te zetten van de gelovige gemeenschap maar juist om hen te zien als teken van Gods aanwezigheid in het midden van de gemeenschap.
Dat zou ook kunnen voorkomen dat priesters vereenzamen. Er is in mijn leven nooit een relatie geweest, ik heb nooit een vriendin gehad. Zat ook op echte jongensscholen. Wel heb ik heel vroeger een paar vrienden op de lagere en middelbare school gehad, maar in de vriendschappen ben ik eigenlijk teleurgesteld. Ik had er misschien ook een te groot ideaalbeeld van. In de grote drukte van het bisschopsambt merk ik eigenlijk dat ik geen behoefte heb aan geborgenheid. Maar voor priesters, en natuurlijk ook voor mij als hulpbisschop, is het wel van groot belang dat wij meer geestelijke bevestiging ervaren. Het is belangrijk dat mensen hen herkennen en erkennen in hun levenskeuze en in hun inzet voor het werk van God, als mensen die geworteld zijn in Jezus Christus en hem present stellen in de gemeenschap.

Goed hart

Als hulpbisschop draag ik nu verantwoordelijkheden die ik als priester niet droeg. Die taak past mij eigenlijk goed, hij past bij mijn karakter. Het is nog wel regelmatig zoeken naar wat nu het eigene is van het ambt van hulpbisschop. Je bent enerzijds geen 'normale' priester en anderzijds geen 'normale' bisschop, dat is soms ook wel een beetje zoeken. Die zoektocht vormt tegelijkertijd een zoektocht naar wie ik zelf ben. Ik merk dat ik toch met name een verkondiger ben, daar gaat mijn hart naar uit, eerder dan naar het bestuurder zijn. Ik merk ook wel dat ik zoek naar een middenweg tussen mijn natuurlijke spontaniteit en de bestuurlijke prudentie die je nu eenmaal in acht dient te nemen. Langzamerhand begrijp ik dat voor mij de weg hierin bestaat mijn hart zo open te stellen dat mensen mij kunnen herkennen als een mens met een goed hart, een hart dat open staat naar God, en die in alles zoekt naar authentieke dienstbaarheid aan hun relatie met God. Maar ook dat is natuurlijk een zoekproces, een weg van vallen en opstaan.