Jan-Hendrik Bakker brengt in dit boek zes auteurs ter sprake die ieder voor zich iets hebben met stilte. Dat doet Bakker omdat hij het moderne individualisme als een dreiging voor de wereld ziet. Hij wil met zijn boek een heroriëntatie bieden op wat hij ziet als een zielloze levensstijl, een waarbij het beeld van de mens versmald wordt tot homo economicus en zelfs tot ideaal wordt verheven.

 Uitgangspunt van het boek vormt de these dat mensen niet zonder zin kunnen. De manier waarop zij daar de laatste decennia naar zochten (of juist niet) beschrijft Bakker in zijn inleiding. Sinds de Verlichting is zin als een belofte van vrijheid steeds meer samen komen te vallen met geluk. Geluk dat gekoppeld wordt aan economische waarde.

Bakker stelt zich dan ook de vraag wat we nu eigenlijk onder zin moeten verstaan. Voor een antwoord op deze vraag gaat hij te rade bij Charles Taylor en zijn Een seculiere tijd. Deze beschrijft een zinvol leven als de ervaring van volheid. Dit staat in schril contrast tot de opvatting van het vrije, onafhankelijke individu dat zingeving is gaan verwarren met het streven naar geluk. Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak. Ofwel in mijn eigen woorden: Geld maakt uiteindelijk niet gelukkig. Ervaring van volheid betekent dat we ons deel voelen van een groter verband en behelst dus meer dan de ervaring van de eigen identiteit. Bakker laat zich in zijn opvattingen omtrent zin inspireren door Karl Jaspers voor wie 'zin' de ervaring is 'dat we ertoe doen'. 

De ervaring van volheid is niet per definitie religieus.

De ervaring van volheid is, aldus Bakker, niet per definitie religieus. Het is een benaming voor een ervaring van samenhang, die niet met het eigen ik samenvalt, het ook niet uitsluit, maar juist insluit. Als ervaring is het een gegeven werkelijkheid. De speurtocht naar de ervaring van zin in dit boek is daarmee een speurtocht naar de ervaring van volheid. 

Deze speurtocht naar volheid onderneemt Bakker door egodocumenten te bestuderen van wat Bakker kluizenaars noemt, mensen die de eenzaamheid zochten en zich in deze eenzaamheid verzetten tegen de zinloosheid van de consumptiemaatschappij. De vraag die Bakker aan deze documenten stelt is of in de extreme omstandigheden van de eenzaamheid de fundamentele waarden van het bestaan gaan spreken. Wordt de volheid van het leven daar intensiever ervaren dan in de drukte van de moderne maatschappij?

Bakker ziet hierbij een verschil tussen de traditionele religieuze kluizenaars en de kluizenaars die hij bestudeerd heeft, zij die zich verzetten tegen de zinloosheid van de consumptiemaatschappij. Van de eersten, zo is Bakker van mening, hoor je later niets meer. Ze verdwijnen stilletjes. Het laatste soort kluizenaars laat echter wel van zich horen.

Na een drietal inleidende hoofdstukken waarin de min of meer algemene aspecten worden beschreven die de afzondering tot een actueel onderwerp maken (de massaliteit van de samenleving, het gebrek aan ervaring van zin en de bedreiging van de ecologische grond) en waarin Bakker ingaat op de historisch-culturele achtergrond van de afzondering, beschrijft hij de individuele denkers en schrijvers die hem persoonlijk hebben aangesproken vanwege hun inspirerende vorm van individualisme. Het betreft: Henry Thoreau, de dandys, Kierkegaard, Nietzsche, Merton en Kaczynski die hij allemaal vanuit een specifieke invalshoek belicht:  Henry Thoreau (autarkie), de dandys (schoonheid), Kierkegaard (authenticiteit), Nietzsche (creativiteit), Merton (verbondenheid) en Kaczynski (techniek).

In het slothoofdstuk keert Bakker terug naar de vraag naar zin. Daarbij geeft hij een perspectief op een definitief antwoord vanuit de hoogst individuele positie die deze denkers in de geschiedenis innemen.

Een aantrekkelijk boek dat vanuit het perspectief van de moderne samenleving het focus richt op het belang van stilte. Een aanrader. 

In Stilte - Een filosofie van de afzondering van Jan-Hendrik Bakker verscheen bij Uitgeverij Atlas Contact.

Jan-Hendrik Bakker (1953) studeerde filosofie, psychologie en literatuur en promoveerde in de wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Als journalist werkte hij voor de Haagsche Courant. De afgelopen vijftien jaar schreef hij voor TPO Magazine. Eerder verscheen van hem Grond.