Met dit boek zetten de auteurs, Inigo Bocken en Eveline van Buijtenen, de lezers aan het denken. Geen gemakkelijk boek, een boek dat om lezing en herlezing vraagt en vooral om een zoekende geest.  Een boek dat na een jaar opnieuw opgepakt wil worden om nieuwe perspectieven te openen en het gelezene te herkauwen. Een boek dat in de praktijk oproept wat Certeau met zijn werk beoogde te doen.

In het voorwoord beschrijven de auteurs hoe het werk van Certeau de afgelopen decennia aan bekendheid gewonnen heeft. Niet in het minst omdat het een inspiratiebron van paus Franciscus blijkt te zijn. Maar niet alleen in kerkelijke kringen, ook in de culturele studies is aandacht voor Certeau ontstaan. En tenslotte heeft het verschijnen van het tweede deel van La fable mystique in 2013, intensief bijgedragen aan de groei van de interesse voor het werk van Certeau.

Dat werk is allerminst eenvoudig te doorgronden. Het is weerbarstig, maar, aldus de auteurs, het betreft een productieve weerbarstigheid. Om toegang te verkrijgen tot het denken van Certeau vormt deze inleiding een reisgids door de verschillende gebieden waarin Certeau zich heeft bewogen. Invalshoek daarbij is de vraag naar de betekenis van het werk van Certeau voor de studie van de spiritualiteit. Het richt zich vooral op de claim van Certeau zelf ‘historicus van de spiritualteit’ te zijn. Het wil een reisgids zijn voor ieder met interesse in de moeilijk te bepalen plaats van het religieuze in onze cultuur.

Historicus van de spiritualiteit

De innleiding van het boek gaat in op Certeau als historicus van de spiritualiteit. Dit deel beschrijft hoe de teksten van Certeau steeds zoekend van aard zijn. Hij laat zich zelden of nooit verleiden tot grote universele en altijd geldende principes. ‘De stellingen die hij poneert zijn al geproblematiseerd nog voor de zin waarin hij ze uitspreekt, voltooid is (p. 13).

 'De stellingen die hij poneert zijn al geproblematiseerd nog voor de zin waarin hij ze uitspreekt, voltooid is'

In de literatuur (Buchanan) wordt een onderscheid gemaakt tussen de Amerikaans Certeau van de cultural studies en de Europese Certeau van de mystiekgeschiedenis (de gelovige jezuïet Michel de Certeau sj). De auteurs zijn er niet zeker van dat die kloof ook daadwerkelijk bestaat, eerder zien zij zich een verband aftekenen tussen deze beide Certeau’s. Hun primaire inzet is het om Certeau als historicus van de spiritualiteit te begrijpen. Dit met het doel om te achterhalen wat het werk van Certeau kan leren over wat ‘spiritualiteitsstudie’ kan betekenen in een laatmoderne, seculiere, misschien zelfs postchristelijke context. De interesse geldt het onderzoek van de spiritualiteit als discipline. Beide Certeau’s dragen bij aan een beter begrip hiervan.

In dit boek willen de auteurs een caleidoscopisch beeld schetsen van de reis die Certeau onderneemt. Door de presentatie van enkele paradigmatische studies hopen zij een panorama te bieden van spiritualiteit zoals dit in het werk van Certeau naar voren komt. Deze verschillende gezichtspunten en theoretische uitgangspunten, alsook de verschillende themagebieden dragen bij tot een meerdimensionaal beeld waarin de studie van de spiritualiteit kan floreren, aldus de auteurs.

Een caleidoscopisch beeld

Het eerste hoofdstuk van 'Weerbarstige spiritualiteit' gaat in op Certeau’s opvatting van geschiedschrijving tegen de achtergrond van zijn studies over de geschiedenis van de mystiek. Ook de rol van de psychoanalyse wordt hierbij belicht.
Het tweede hoofdstuk staat stil bij Certeau’s belangrijkste werk, La fable mystique en de rol van Jean de Labadie en Nicolaus Cusanus als twee polen van het spectrum dat de mystiek in de vroegmoderne tijd (voor Certeau tussen 1500 en 1700) vormt; een spectrum dat in het teken staat van het verlangen en van het afwezige lichaam.
In het derde hoofdstuk verleggen de auteurs het focus naar de tweede helft van de twintigste eeuw en Certeau’s interpretatie van de studentenrevolte van mei 1968.
Hoofdstuk vier behandelt wat wellicht Certeau’s meest bekende studie is: de zoektocht naar de betekenis van het alledaagse leven.
In hoofdstuk vijf komen enkele studies aan bod die betrekking hebben op artistieke expressies en die voor Certeau belangrijk zijn om iets van de moderne tijd te begrijpen. Het hoofdstuk legt nadrukkelijk de link tussen Certeau’s interesse voor de mystiek en zijn discipline van het alledaagse leven.
Hoofdstuk zes stelt de vraag naar wat de rol van de Ignatiaanse spiritualiteit voor de de denker en schrijver die de jezuïet Certeau is.
Hoofdstuk zeven stelt de vraag naar de theologische betekenis van het werk van Certeau en hoe christelijke spiritualiteit er in deze tijd uit zou kunnen zien. Ook de relevantie van de hedendaagse theologie komt daarbij aan bod.
In het achtste hoofdstuk tenslotte worden ter afronding enkele conclusies over de actualiteit van Certeau’s denken aangeboden.
De epiloog gaat kort in op de betekenis van Certeau voor paus Franciscus.

Weerbarstige spiritualiteit - Een inleiding in het denken van Michel de Certeau (1925-1986) van Inigo Bocken en Eveline van Buijtenen verscheen bij Uitgeverij abdij van Berne

Inigo Bocken (1968) is als wetenschappelijk directeur van het Titus Brandsma Instituut en docent Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen verbonden aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. 
Eveline van Buijtenen (1980) studeerde religiewetenschappen aan de Radbouduniversiteit Nijmegen en doet momenteel onderzoek naar maatschappijkritische bewegingen, vanuit het denken van Michel de Certeau.