Wanneer ik opnieuw de reis mag maken en het Licht mijn wezen richt, besef ik dat het niet de Liefde is die in dat Licht het meest centraal staat. Het is de ervaring van de harmonie die overheerst, waarbij alles op de juiste wijze geordend is. Of anders gezegd, waarbij al het zijnde haar oorspronkelijke relatie met de/het Ene inziet en beseft dat zij alleen vanwege deze oorspronkelijke relatie kan bestaan. Dat al het andere slechts het doel in zich draagt om ons van deze oorspronkelijke relatie bewust te maken, ons deze te helpen her-inneren.

De ervaren harmonie weerspiegelt de juiste verhoudingen, zoals deze in waarheid zijn, in haar relatie tot het Licht. In onze gerichtheid op het Licht mogen we elkaar soms herkennen als dragers van dat Licht. In ieder van ons, in al het geschapene en bezielde, is dit Licht ingegoten. Het is aan ons ons daarvan bewust te worden en ons door het Licht te laten omvormen.

Samengebald in het gelaat van een ander mens is het Licht verslindend. De pijn die zij opwekt is het besef dat het Licht Waarheid is, alle Waarheid omvat. Die ene kleine mens kan deze Waarheid niet in zijn lichaam omvatten. Dat besef wekt in één oogopslag deze zelfde Waarheid in mijn eigen ziel, laat mij weten wat en waar mijn eigenlijke thuis is en doet mij beseffen dat mijn geest steeds opnieuw niet in staat blijkt te zijn dit thuis uit zichzelf te benaderen of er te blijven wanneer zij er is geraakt.

Mensen kunnen elkaar in dit Licht, het centrum van hun wezen, aanraken. Daarmee geven zij elkaar deel aan het inzicht dat zij - samen met alle andere zijnden - in een harmonie leven met elkaar. De ervaring van deze harmonie geeft inzicht in de ware relaties en verhoudingen tussen alle zijnden en roept de ziel op conform deze harmonie te handelen. Vroeger noemde ik dat 'de wil van God doen'. Nu omvat dit het inzicht in de reëel bestaande harmonie, die wij in het gewone leven niet kunnen doorzien, maar waar je soms heel even deel aan krijgt.

Het is daar alsof de grondstructuur van mijn wezen (geest, ziel en lichaam) uit elkaar valt en tot een nieuwe structuur wordt samengevoegd. Alsof je tot nu toe opgebouwde kennis over God en het bestaan uiteenvalt en zichtbaar en inzichtelijk wordt hoe onjuist en ontoereikend deze kennis is. Alsof je op een geheel nieuwe manier leert kennen, buiten alle bestaande categorieën, woorden en beelden om.

Van die nieuwe manier van kennen blijft, wanneer je teruggekeerd bent uit het Licht, slechts een spoor voelbaar. Alleen blijf je je er voortdurend van bewust dat de oude manier van kennen heeft afgedaan, omdat ze een schijn-kennen is en in feite in het geheel niets uitzegt over de laatste Waarheid.

Je bent uitgenodigd tot een leven waarin je beseft dat je niets anders kunt dan je van deze schijnwerkelijkheid bedienen om toch iets uit te zeggen over de Laatste Waarheid. En toch móet je spreken. Waarom?

Omdat je nu weet dat in je ziels-en zijnsstructuur de Laatste Waarheid, het Licht, verankerd ligt en je beseft dat leven buiten dat inzicht niet het Ware Leven is, niet het Volle Leven dat in harmonie is met het Licht, het leven dat zich invoegt in de juiste ordening van al het zijnde, het leven dat daarin zijn juiste plaats inneemt.

Waarom is dat zo belangrijk? Omdat alleen wanneer je de juiste plaats inneemt, je handelen de harmonie van de scheppingsorde niet verstoort en je op de een of andere manier innerlijk beseft dat alleen dergelijk handelen Waar is, omdat het zich voegt naar de Ene Waarheid. In dit handelen ontvouwt zich het wezen van de mens, dat in feite niets anders dan Waarheid is, want geschapen uit Waarheid. Misschien is dat 'de wil van God doen'.