Mijn lichaam strekt zich uit
aan de oever van een meer 
Het zachte murmelen van het water
kriebelt mijn benen en buik.

Al liggend op mijn zij
Gekoesterd door het zonlicht 
blijft mijn blik gevangen 
verlangend naar de verten

De dood heeft mij ingehaald 
Het rotsblok waarin ik eeuwig ben gehouwen 
luistert al rustend
naar Die de stilte draagt.