51mythes300In dit boek gaat Mirjam de Rijk het gevecht aan met TINA (There Is No Alternative), de aanname dat er geen alternatief is voor de manier waarop onze economie in elkaar zit en werkt. Dat doet ze door tal van economische mythes door te prikken en de lezer instrumenten in handen te geven om achter de mythes over de huidige economie te kijken en zelf alternatieven te formuleren. Wat mij betreft is zij daarin geslaagd.

 

Voor ieder die ontevreden is over hoe de economie sinds de jaren tachtig functioneert en zich afvraagt of het ook anders kan, is dit boek een aanrader. Voor hen die de mythes in stand houden (politici, opiniemakers en belangenbehartigers), of mee creëren, knaagt dit boek aan de claim dat ‘het goed voor de economie is’ om deze mythes in stand te houden. 

Ruimte voor gesprek en nieuwe ideeën creëren

Mirjam de Rijk wil met dit boek bijdragen aan de ‘economische alfabetisering’ van haar lezers en lezeressen. Dit omdat de economie veel te belangrijk is om haar alleen over te laten aan economen en politici. Ze pretendeert dan ook niet het laatste woord te brengen, eerder vormt het boek een uitnodiging om vaker op zoek te gaan naar hoe het zit, naar achtergronden en beweegredenen, en er zelf een oordeel over te vormen. Zij hoopt met het weerleggen van de mythes ruimte te creëren voor gesprekken en nieuwe ideeën. Hiervoor is het nodig oude aannames achter ons te laten. De opzet van het boek is hierop afgestemd. Na het ontleden van specifieke mythes (over de economie, hoofdstuk 1; over werk en werkloosheid, hoofdstuk 2; over de markt en de overheid, hoofdstuk 3; over ongelijkheid, hoofdstuk 4; over de crisis, hoofdstuk 5; over Griekenland en de eurocrisis, hoofdstuk 6) volgt steeds ‘Een andere kijk op’. Het gaat er de Rijk hierbij om andere perspectieven aan te bieden, niet om het aanreiken van een uitgekristalliseerde agenda. De gedachten bieden een aanzet tot debat over hoe het anders kan, gebaseerd op economische feiten en argumenten. De Rijk laat hierbij de sociale en ecologische effecten van economische activiteiten grotendeels buiten beschouwing, dit omdat hierover al veel boeken zijn geschreven.

Een andere kijk op…

Ook behoeften die niet in geld zijn uit te drukken, moeten onderdeel uitmaken van het welvaartsbegrip.

Economie (p. 23-26): De Rijk pleit hierin onder andere voor een terugkeer naar het brede welvaartsbegrip van Arnold Heertje, waarvan ook de behoeften die niet in geld zijn uit te drukken onderdeel uit maken. Het herintroduceren van dit brede begrip leidt, aldus de Rijk, tot een terugveroveren van de economie uit haar versmalling tot datgene wat goed is voor het bbp (het Bruto Binnenlands Product, gebruikt als basis van vrijwel alle economische berekeningen met betrekking tot een land). Zo’n bredere visie op wat economie is heeft een veel langere traditie dan het huidige idee van een geldgerichte economie. Hierin hielden moraalfilosofen zich bezig met de vraag wat waardevol is, hoe de wereld in elkaar zit en wat werkt en niet werkt.  Een roep om pluralisme wordt sinds 2014 ook gehoord van ruim vijftig studentenorganisaties uit drieëntwintig landen. In een open brief in verschillende Europese kranten pleitten zij voor meer pluralisme in het economieonderwijs. Dit vindt navolging in Nederland. Zo publiceerden vijftien Nederlandse hoogleraren economie een pamflet in NRC Next (begin 2015) waarin zij waarschuwden voor het ontstaan van een neoklassieke (= neoliberale) tunnelvisie.

Werk en de bestrijding van werkloosheid (p. 64-71): Hierin reflecteert de Rijk op de perspectieven die zich ontsluiten naar aanleiding van de ontleding van twaalf mythes over werk en werkeloosheid. Uit die ontleding bleek dat van de meeste ingrepen waarvan gezegd wordt dat zij werkloosheid bestrijden, dit in werkelijkheid niet doen. Wat volgens de Rijk nodig is, is het voeren van een stevig debat over de vraag of werkgelegenheid een zelfstandige, en misschien zelfs doorslaggevende factor moet zijn in het (economisch) beleid, of dat werk hooguit een bijproduct is van allerhande andere doelen. Conform aan de uitkomst van dit debat dienen politieke consequenties getrokken te worden.  De Rijk biedt in het vervolg van deze ‘andere kijk’ een aanzet die neerkomt op het eerlijk delen van goed werk. Vanuit dat perspectief kan dan ook bij alle vormen van automatisering en robotisering de vraag gesteld worden of de samenleving er beter van wordt. Door deze vraag steeds opnieuw te stellen, kan technologische ontwikkeling, volgens de Rijk, weer van en voor mensen worden. Tenslotte gaat zij in op de verschoven machtsbalans tussen werkgevers en werknemers (ten gunste van de werkgevers) en reflecteert zij op mogelijkheden om deze onbalans tussen werkgevers en werknemers te bestrijden.

De verhouding tussen overheid en markt (p. 104-109): Hierin denkt de Rijk na over manieren waarop de overheid de zeggenschap over de markt en de ruimte voor het publieke belang terug kan veroveren op de markt. Daarbij gaat het ‘niet alleen over de mate van privatiseren en dereguleren, maar net zo goed over het terugdringen van het marktdenken in de publieke sector en bij de overheid zelf, in de ministeries, de stadhuizen en bij de verzelfstandigde overheidsdiensten’ (p. 104). De Rijk gaat het er niet om een nieuwe grens te bepalen tussen overheid en markt, en ook niet om het uittekenen van waar marktwerking nuttig is en waar contraproductief. Het gaat er om deze vragen weer deel uit te laten maken van politieke en maatschappelijke afwegingen, en dat wordt erkend dat de publieke zaak in de kern andere waarden vertegenwoordigt dan de markt.

Ongelijkheid (p. 122-129): De Rijk beschrijft hierin manieren om de inkomens- en, belangrijker nog, de vermogenskloof te dichten. Zowel sociale zekerheid en publieke voorzieningen, belastingen als het verkleinen van de verschillen in bruto-inkomens (predistributie) spelen daarbij een rol.  

De crisis (p. 167-174): De Rijk biedt ten aanzien van de crisis een tweevoudig perspectief. Enerzijds op de financiële crisis en anderzijds op de economische crisis, die hoewel nauw met elkaar verbonden, verschillende maatregelen vergen.

Met het oog op de financiële crisis pleit de Rijk voor het re-reguleren van de financiële sector, met belastingen en met de geldhoeveelheid.

De manier waarop het huidige kabinet de crisis tracht te bestrijden, werkt niet.

Met het oog op de economische crisis wijst de Rijk erop dat de manier waarop het huidige kabinet de economische crisis tracht te bestrijden, door middel van bezuinigingen, hervormingen en het aanjagen van de export, niet werkt. De ontleding van de mythes toonde daarnaast aan dat het effectiever is om de economische crisis te bestrijden met een combinatie van een investeringsagenda en het vergroten van de bestedingsruimte van mensen:

  • Met betrekking tot een investeringsagenda bestaat, aldus de Rijk, grote behoefte aan een programma voor betaalbare woningen, een uitnodigende openbare ruimte, schone energie en duurzaam openbaar vervoer. Maar ook aan investeringen in de langdurige zorg en het onderwijs. Door extra vennootschapsbelasting te heffen op geld dat ondernemingen oppotten (in plaats van het te investeren) wordt geld vrijgemaakt om deze investeringsagenda te realiseren.  
  • De tweede manier om de economische crisis aan te pakken, door de bestedingsruimte van mensen te vergroten, kan gerealiseerd worden door de lonen te verhogen en de belastingen te verschuiven. Ten aanzien van loonsverhogingen kan de overheid zelf het goede voorbeeld geven.

Griekenland en de eurocrisis (p. 186-190): Hierin formuleert de Rijk, zich baserend op de zes lessen die Ngaire Woods, hoogleraar Economic Governance in Oxford, trok voor het IMF en de eurolanden, een agenda voor de eurocrisis, voor Griekenland en voor Europa. Aspecten die hierbij aan bod komen zijn schuldkwijtschelding, financiële solidariteit en democratie.

Mirjam de Rijk publiceert over economie en samenleving. Ze was directeur van Stichting Natuur en Milieu, partijvoorzitter van GroenLinks en wethouder van Utrecht. Daarvoor werkte ze als journalist voor onder meer Trouw, Intermediair en De Groen Amsterdammer.

51 mythes over wat goed zou zijn voor de economie (2015) is een uitgave van Nieuw Amsterdam Uitgevers.