HeiligSchrift300Zowel het jodendom, het christendom als de islam zijn ‘religies van het boek’. Gelovigen die zich tot deze religieuze tradities bekennen geloven in het bestaan van één God, die de wereld heeft geschapen en zich in zijn woorden heeft geopenbaard aan de mens.

Deze ‘woorden’ zijn opgetekend in boeken, die vanwege de goddelijke oorsprong (inspiratie), als heilig worden ervaren.

Door de geschiedenis heen hebben gelovigen deze boeken dan ook steeds een speciale plek toegekend, door ze op schitterende wijze te versieren en te illustreren. In Heilig Schrift | Tanach, Bijbel, Koran wordt zichtbaar gemaakt welke schitterende creaties mensen door de eeuwen heen hebben gemaakt om uitdrukking te geven aan hun eerbied voor deze heilige boeken. Het boek heeft vooral indruk op mij gemaakt omdat het zoekt naar overeenkomsten en verschillen tussen de drie monotheïstische religies. Dit komt vooral tot uitdrukking in de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling, zoals deze momenteel in museum Catharijneconvent wordt gehouden (t/m 8 januari 2017), die het tweede deel van het boek vormt.


De traditie van Heilig Schrift beschreven

Het eerste deel van het boek vormen een viertal essays waarin experts (Edward van Voolen -jodendom; Tanja Kootte en Casper Staal – christendom; Charlotte Huygens en Bart Jaski - islam) de historische achtergronden van de heilige boeken belichten. Voor wie minder thuis is in de wereld van religie en nog niet bekend is met de heilige schriften van de monotheïstische religies bieden deze essays een goede eerste kennismaking.

Levende joodse teksten

Tanach: het heilige boek waarmee de Joodse gemeenschap steeds in gesprek blijft

Edward Voolen (Essay 1) zoomt in zijn bijdrage in op de wijze waarop de Tanach in de joodse gemeenschap functioneert als leven gevend boek binnen de eredienst, waarmee de gemeenschap steeds in gesprek blijft. Hij behandelt de verhouding van het jodendom tot het beeldenverbod en de basis van de joodse kunst, zoals die wordt toegepast met het oog op de Tanach.
Maar omdat volgens de joodse traditie de schriftelijke leer niet compleet is zonder de mondelinge (beide worden als goddelijke openbaring beschouwd) besteedt Voolen tevens aandacht aan de rabbijnse literatuur (misjna, talmoed, halacha ofwel de joodse wet) en de wijze waarop joden met heilige teksten omgaan (midrasj).
Naast de Tanach en de rabbijnse literatuur kent het jodendom als derde religieus fundament, de kabbala, ofwel de joodse mystiek, zoals deze zich in Zuid-Frankrijk en Spanje aan het einde van de twaalfde eeuw heeft ontwikkeld.
Als vierde en laatste religieus fundament van het jodendom behandelt Voolen joodse gebedenboeken van rabbijnse oorsprong uit de tijd van misjna en talmoed. In het jodendom zijn studie en gebed onafscheidelijk met elkaar verbonden en gebed maakt deel uit van een veel groter geheel van voorschriften die alle aspecten van joods dagelijks en religieus leven bestrijken. De sidoer (het gebedenboek voor gewone weekdagen en sjabbat) en het machzor (het gebedenboek voor Rosj Hasjana (Nieuwjaar), Grote Verzoendag (Jom Kippoer) en alle andere joodse feestdagen, nemen hierbij een belangrijke plaats in.

Geen enkel joods boek is, volgens Voolen, populairder dan de haggada, het verhaal dat de uittocht uit Egypte navertelt. Geen ander joods boek leent zich zo goed voor verfraaiing. Sinds de Middeleeuwen wordt deze tekst op allerlei manieren geïllustreerd. Schitterende voorbeelden hiervan zijn in de catalogus terug te vinden.

De glans van de heilige schrift

Tanja Kootte en Casper Staal (Essay 2) beschrijven in hun bijdrage voornamelijk de historische ontwikkeling van de wijze waarop binnen het christendom met de Bijbel in materiële vorm is omgegaan, van boekrol tot boek en van boek tot verlucht boek. Zij beschrijven tevens hoe binnen de katholieke kerk in de 16e eeuw het Missale Romanum hoger werd aangeslagen dan het boek met de lezingen uit de Bijbel. Zo kregen de missalen fraaie banden, veelal met zilverbeslag en bladgrote illustraties.

Maarten Luther (Sola Scriptura) zorgde ervoor dat de focus weer op de Bijbel kwam te liggen. Hij vertaalde hiertoe de hele Bijbel in de volkstaal (Duits) zodat ook het gewone volk de Bijbel kon lezen (en niet alleen de geestelijken). De boekdrukkunst zorgde er vervolgens voor dat deze Bijbel in de volkstaal al snel een brede verspreiding kende. In 1637 verscheen een Bijbel in het Nederlands, de Statenvertaling. Sommige protestanten houden deze Statenvertaling, al dan niet in een herziene versie, tot op de dag van vandaag in ere.

De eeuwige schoonheid van de Koran

De Koran heeft voor moslims een goddelijke herkomst

Charlotte Huygens (Essay 3) beschrijft tenslotte hoe de Koran voor moslims een goddelijke herkomst heeft en dat deze goddelijke herkomst zich weerspiegelt in de schoonheid van de teksten. “Alle verzen van de Koran worden gezien als een teken van God aan de wereld. Een teken van schoonheid, te vergelijken met de schoonheid van de natuur, want ook daarin geeft God tekenen van zijn schepping.” (p. 49). Het is precies om deze reden dat de moslims er door de eeuwen heen naar gestreefd hebben om Gods heilige boek zo mooi mogelijk weer te geven: in de klanken van de voordracht, in de kalligrafie van de tekst en in de illuminaties van de bladzijden en de boekomslagen. De catalogus bevat van deze laatste schitterende voorbeelden in de verschillende scholen die in de loop der eeuwen zijn ontstaan.

Vooral het soefisme, de islamitische mystiek, kent – net zoals de joodse kabbala – uitgebreide tradities met betrekking tot taal en teken. Aan iedere losse letter wordt bijzondere mystieke kracht toegekend. Aan een vertaling van de Koran wordt hierbij in het algemeen niet dezelfde waarde gehecht als aan de Arabische tekst, de taal waarin de Koran is overgedragen en op schrift gesteld is. Moslims hechten dan ook zeer aan het voordragen (reciteren) van de Koran in het Arabisch. Dit gaat terug op Soerat al-‘Alaq, de Bloedklonter:

‘Lees voor in de naam van jouw Heer die heeft geschapen. Geschapen heeft Hij de mens uit een bloedklonter. Lees voor! Jouw Heer is de edelmoedigste, die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist’ (soera 96:1-5)

Huygens beschrijft in het vervolg van haar essay de plaats die de Koran inneemt in het rituele gebed van moslims binnen de moskee (khutba, wekelijkse vrijdagpreek) en in het dagelijks leven (salaat, het vijfmaal daagse rituele gebed). Met het oog op het reciteren van de Koran, verspreid over de dagen van de maand, is de Koran verdeeld in dertig delen, de zogenaamde juz, meervoud adjza, waarvan voorbeelden in het boek zijn opgenomen. Speciaal tijdens de ramadan kan zo gemakkelijk iedere dag een deel van de Koran gelezen worden. Iedere juz kan weer opgedeeld worden in kleinere delen. Deze hoofdstukjes zijn vaak speciaal gebonden in elk een eigen fraai versierde kaft. 

Naast de Koran vormt ook het leven van de profeet Mohammed een bron van gewijde tekst, de hadith (letterlijk: vertelling) De hadith is na de Koran het belangrijkste geschrift van de islam. Vergelijkbaar met de hadith, zowel naar inhoud als vorm, is de sira (letterlijk: reis), de biografie van Mohammed. Deze heeft een meer historisch-documentair karakter dan de hadith. Het geheel van uitspraken en voorbeelden van de Profeet, zoals afgeleid uit deze overleveringen, heet de soenna (letterlijk: traditie). Na de Koran is de soenna de tweede bron voor de islamitische wet, de sharia. Naast deze geschriften hebben gezaghebbende theologen en mystieke ingewijden speciale gebedenboeken nagelaten, waarvan afbeeldingen zijn opgenomen. Tenslotte gaat Huygens, net als Voolen met betrekking tot het jodendom, in op de oorsprong en betekenis van het beeldverbod in de islam. Uit respect voor de traditie met betrekking tot het beeldverbod vermijden veel moslims realistische afbeeldingen, in het bijzonder van levende wezens, schoonschrift ofwel kalligrafie is hier het gevolg van. God zelf wordt in de islamitische wereld nooit afgebeeld. Zijn alomvattende eenheid (tawhid) overstijgt het menselijke voorstellingsvermogen.

De samenstelling van de Tanach, Bijbel en Koran

Bart Jaski (Essay 4) brengt vervolgens de gemeenschappelijke wortels van de drie monotheïstische wereldreligies en de onderlinge kruisbestuiving in beeld. Naast de catalogus is het vooral dit hoofdstuk dat ik erg interessant vind omdat het ingaat op de overeenkomsten en verschillen tussen de drie religies en hun heilige boeken. De catalogus van de tentoonstelling brengt deze overeenkomsten en verschillen vervolgens thematisch in beeld.

In de heilige boeken wordt de gelovige onderwezen over het wezen van God

“In essentie vereren alle drie religies dezelfde God, de schepper van hemel en aarde, van de mensheid en van alles dat is en leeft. Zij hechten grote waarde aan hun heilige boeken, waarin wordt verteld en onderwezen over het wezen van God en wat wordt verwacht van diegenen die in God geloven. In die heilige schriften wordt benadrukt dat karaktereigenschappen die aan God worden toegeschreven, zoals rechtvaardigheid, goedheid en barmhartigheid, ook door de gelovigen moeten worden nagestreefd. Dergelijke eigenschappen zijn vaak ook bij de profeten te zien, die als rolmodellen en inspiratiebron voor de mensheid kunnen gelden.” (p. 59)

Jaski gaat vervolgens in op de samenstelling van de Tora en de Tanach, het Nieuwe Testament en de Bijbel en de Koran. Al concluderend merkt hij op dat van alle genoemde heilige boeken volgens moderne wetenschappers sprake is van redactionele activiteiten die bepaalden hoe zij uiteindelijk hun (min of meer) definitieve vorm kregen. Deze redacties werden gedaan door een of meerdere autoriteiten en door de geloofsgemeenschap, al dan niet zonder morren, geaccepteerd als de geldende standaard. Deze standaard bevorderde de eenheid binnen de geloofsgemeenschap. Gestimuleerd door de boekdrukkunst konden deze gestandaardiseerde versies in grote hoeveelheden worden verspreid. “Dit proces neemt echter niet weg dat voor vele gelovigen de heilige boeken – zo niet volgens de letter dan zeker naar de geest – daadwerkelijk als heilig moeten worden beschouwd: de neerslag van de woorden van de profeet Mozes en anderen, van Jezus en van de profeet Mohammed. Voor anderen zijn de heilige boeken echter (ook) het resultaat van mensenwerk, bepaald door allerlei historische, culturele en individuele omstandigheden.” (p. 69)

Thematische catalogus

Op de vier essays volgt de catalogus van de tentoonstelling. Deze is, zoals eerder aangegeven, thematisch opgezet. Het grote voordeel hiervan is dat de getoonde artefacten en de beschrijvende tekst de onderlinge overeenkomsten en verschillen helder belichten. Hierbij ben ik van de ene verbazing in de andere gevallen, niet alleen vanwege de uitzonderlijke kunstzinnigheid die zich in alle drie de tradities heeft ontwikkeld rond de heilige schriften, maar ook vanwege juist deze overeenkomsten en verschillen. Hierdoor heeft dit boek mij vooral de ogen geopend voor het feit dat eeuwen voordat wij ons met de interreligieuze dialoog gingen bezighouden reeds intensieve onderlinge beïnvloeding heeft plaatsgevonden, die tot in de kern van deze religies heeft doorgewerkt.

De hoofdthema’s die in de catalogus worden behandeld zijn: Mozes, Jezus en Mohammed; Heilige boeken; Binnen en buiten de canon; Interpretatie en vertaling; Recht en ritueel; Mystieke interpretaties; Filosofische interpretaties; Vertalingen van de heilige schrift; Aandacht voor het schrift; Overeenkomsten in vorm; Omgang en verering en Culturele uitwisseling.

Al met al is dit boek een schitterend lees en kijkboek dat uitnodigt de eigen traditie beter te leren kennen door haar te relateren aan de andere monotheïstische tradities. Het boek smaakt naar meer. Gelukkig is er nog tijd om naar de tentoonstelling te gaan...

Klik hier voor een inkijkexemplaar

WBOOKS, Heilig Schrift | Tanach, Bijbel, Koran, ISBN 9789462581623, Micha Leeflang, € 22,50 

Meer informatie over de tentoonstelling in Museum Catharijneconvent