De Protestantse Kerk in Nederland heeft een mobiele stand met de naam 'de rijdende kerk'. Deze wordt ingezet op landelijke evenementen, regionale werkdagen en startweekenden. Aandachtstrekker en rustpunt tegelijkertijd. Lenny van den Brink-'t Hart, hoofd Communicatie & Fondsenwerving van de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk vertelt over de visie van de Protestantse Kerk achter deze rijdende kerk.

De Protestantse Kerk in Nederland heeft een mobiele stand met de naam 'de rijdende kerk'. Deze wordt ingezet op landelijke evenementen, regionale werkdagen of provinciale bijeenkomsten. De rijdende kerk biedt een ruimte om even stil te zijn, een meditatieve tekst te lezen of een gebed op te schrijven. In de tuin, rondom de rijdende kerk, kan een terras gemaakt worden voor bijvoorbeeld een kopje koffie en een gesprek. Aandachtstrekker en rustpunt tegelijkertijd. Spiritueel Erfgoed sprak met Lenny van den Brink, hoofd communicatie en fondsenwerving van de Protestantse Kerk over het idee achter de rijdende kerk.

"We kwamen op het idee tijdens de Kirchentag in Duitsland, nu drie jaar geleden. Daar zagen we iets vergelijkbaars en wij vonden het een goed idee. De Protestantse Kerk wil als missionaire kerk het geloof uitdragen in de maatschappij. De 'rijdende kerk' valt op en is simpel in gebruik. Het is een perfect middel wanneer je het met gezond verstand inzet. De rijdende kerk is vanaf 1 juni 2007 beschikbaar. Dat is via foldermateriaal en via de website bekend gemaakt. Gemeenten nemen zelf contact met ons op wanneer ze interesse hebben om de rijdende kerk in te zetten bij evenementen. Zij vullen zelf in hoe ze de rijdende kerk inzetten, er zijn maar enkele voorwaarden aan verbonden, zo wordt de kerk uitsluitend verhuurd aan gemeenten van de Protestantse Kerk en verder enkele praktische voorwaarden over huurperiode en vereist rijbewijs, maar ook bijvoorbeeld dat er niet in de kerk overnacht mag worden. De plaatselijke gemeenten zijn verder volledig vrij een programma te bedenken voor de rijdende kerk. Je ziet dan ook dat de kerk heel verschillend wordt ingezet. De Protestantse Kerk kent bijvoorbeeld na de zomer aan het begin van het kerkjaar het zogenaamde startweekend. Dat weekend is bedoeld om aan de gemeenteleden te laten zien wat er het komende jaar allemaal in de kerk te beleven valt. De rijdende kerk kan dan goed ingezet worden. Maar hij heeft bijvoorbeeld ook op de Sneekweek gestaan, het jaarlijks terugkerende zeilevenement."

Speerpunt

rijdende kerkOp de vraag waarom de Protestantse Kerk dergelijke vernieuwende middelen als de rijdende kerk aanbiedt aan gemeenten, vertelt van den Brink: "De dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk luistert in haar vergaderingen, waarin de plaatselijke gemeenten vertegenwoordigd zijn, naar wat de gemeenten nodig hebben en probeert dat aan te bieden. We laten ons leiden door de vraag die uit de gemeenten komt. We proberen dat materiaal zo gebruikersvriendelijk mogelijk aan te bieden, dus niet dichtgetimmerd, zodat het maar op één manier ingezet kan worden. Er moet creatief mee gewerkt kunnen worden in de gemeenten. De vraag die vooral uit de gemeenten komt is de vraag naar middelen waarmee moderne mensen aangesproken kunnen worden. Dat is een speerpunt geworden voor de Protestantse Kerk. Zo rond de jaren zeventig begon de dienstenorganisatie vorm te krijgen. Toen waren de kerken die nu verenigd zijn in de Protestantse Kerk (Nederlands Hervormde Kerk, Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden) nog apart, de werkterreinen van de dienstenorganisatie waren toen ook nog apart. Er waren wel gezamenlijke commissies, maar toch, het bleef versnipperd. In 1999 zijn we allemaal terecht gekomen in dit pand in Utrecht. De werkterreinen zijn toen ondergebracht in één dienstenorganisatie en de dienstverlening is grondig gemoderniseerd. In plaats van negen regionale bureaus werken we vanuit deze ene dienstenorganisatie. Daarmee kunnen we effectiever en efficiënter ingaan op vragen uit de gemeenten, vragen van vandaag de dag.

Geloofsgemeenschap

De rijdende kerk wordt ingezet om mensen de waarde van het geloof en de plaatselijke geloofsgemeenschap te laten beleven. Het belang van een geloofsgemeenschap en de grenzen van het individualistische godsgeloof, dat vele mensen prefereren boven het beleven van het geloof in een geloofsgemeenschap, worden ook beschreven in de notitie 'Leven van de verwondering', het rapport van de generale synode uit 2005 waarin de Protestantse Kerk haar visie op het leven en werken van de kerk in haar geheel beschrijft. Op mijn vraag aan Van den Brink waarom de Protestantse Kerk die geloofsgemeenschap zo belangrijk vindt, legt zij uit: "In een geloofsgemeenschap kun je groeien in je geloof. Mensen hebben elkaar nodig, zeker ook in het geloof. Door anderen doe je nieuwe inzichten op. In het gesprek met de ander moet je je eigen geloof onder woorden brengen, verwoorden wat je gelooft. Dat heeft waarde in zichzelf. Door je geloof onder woorden te brengen ontstaat de ruimte die je verder kan brengen in je geloof. Dat is belangrijk binnen de eigen kring, maar ook daarbuiten, buiten de Protestantse Kerk. Op plaatselijk niveau zetten de lokale raden van kerken zich in om contacten te leggen met andere kerkgemeenschappen en andersgelovigen. Op landelijk niveau is het vooral de scriba, de secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland, die contacten onderhoudt met andere kerkgemeenschappen en vertegenwoordigers van andere religies."

rijdendekerk2Bemoedigend

Op de vraag of deze nieuwe insteek, zoeken naar wegen om moderne mensen iets over te brengen van wat geloof kan betekenen, vruchten afwerpt, zegt van den Brink: "Aan reacties, die je vooral per e-mail ontvangt, begrijpen we dat we op de goede weg zijn. Dat is bemoedigend. Ook de Protestantse Kerk heeft het afkalven van het aantal kerkgangers gezien, maar heeft nooit het hoofd in de schoot willen leggen. We zijn ervan overtuigd dat wanneer we goed blijven luisteren naar de vragen waar gemeenten mee komen en de behoeften die daar leven en wanneer we ons gezamenlijk blijven richten op en blijven werken vanuit de inhoud, de interesse voor geloof en kerk wel weer komt. We weten van elkaar wat het doel is en over welke middelen we beschikken, het is de kunst om die middelen zo in te zetten dat ook moderne mensen zich er thuis bij kunnen voelen. Zo waren we zelf min of meer verrast door het succes van JOP, de jongerenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland. Die organisatie is gestart vanuit een zelfde gedachte, eigentijds, inhoudelijk en eenvoudig. Jongeren zijn enorm kritisch, maar wanneer ze innerlijk geraakt worden lopen ze niet weg, wanneer ze iets vinden dat hen aanspreekt, waarin ze zichzelf kunnen herkennen, dan blijven ze. Dat is JOP gelukt. Dat geeft ons hoop voor de toekomst.